Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


aanbrengen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aanbrengen (ww):
aanleggen, aanzetten, bevestigen, fixeren, inrichten, installeren, maken, monteren, ophangen, opstellen, plaatsen, vasthechten, vastmaken, vastzetten, zetten
aanbrengen (ww):
aangeven, denunciëren, klikken, overbrengen, rapporteren, verklappen, verklikken, verlinken, verraden
aanbrengen (ww):
aandragen, aanvoeren, bijdragen, contribueren, inbrengen, leveren, verschaffen
aanbrengen (ww):
aanwerven, werven
aanbrengen (ww):
veroorzaken

als synoniem van een ander trefwoord:

veroorzaken (ww) :
aanbrengen, aandoen, aanrichten, aanstichten, baren, berokkenen, bezorgen, brengen, doen, geven, kweken, leiden tot, maken, met zich meebrengen, ontketenen, opleveren, opwekken, scheppen, stichten, ten gevolge hebben, teweegbrengen, toebrengen, tot gevolg hebben, uitlokken, verschaffen, verwekken, voortbrengen, wekken, zaaien
maken (ww) :
aanbrengen, bouwen, compileren, construeren, creëren, doen, fabriceren, opbouwen, produceren, samenstellen, scheppen, tot stand brengen, uitvoeren, verrichten, vervaardigen, voortbrengen, vormen
plaatsen (ww) :
aanbrengen, deponeren, inpassen, installeren, leggen, neerleggen, neerzetten, opstellen, planten, positioneren, posteren, schikken, stallen, stationeren, steken, stellen, stoppen, voegen, zetten
opstellen (ww) :
aanbrengen, bouwen, construeren, gereedmaken, inzetten, neerzetten, oprichten, opzetten, plaatsen, zetten
aangeven (ww) :
aanbrengen, denonceren, denunciëren, rapporteren, verklikken, verlinken, verraden
zetten (ww) :
aanbrengen, leggen, neerzetten, opstellen, plaatsen, posteren, stellen, vastzetten
bevestigen (ww) :
aanbrengen, monteren, vastbinden, vasthechten, vastknopen, vastmaken, vastzetten
aanvoeren (ww) :
aanbrengen, inbrengen, indienen, uiteenzetten, voorbrengen
monteren (ww) :
aanbrengen, bevestigen, ineenzetten, vastzetten
inzetten (ww) :
aanbrengen, bevestigen, invoegen, tussenvoegen
aandragen (ww) :
aanbrengen, aanvoeren, bijdragen, inbrengen
toebrengen (ww) :
aanbrengen, aandoen, veroorzaken
leggen (ww) :
aanbrengen, plaatsen, stellen
rapporteren (ww) :
aanbrengen, overbrengen
verklikken (ww) :
aanbrengen, aangeven
aanleggen (ww) :
aanbrengen

woordverbanden van ‘aanbrengen’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanbrengen, aandragen, aankruien, aanslepen, aanvaren, aanvoeren

Aanbrengen — aandragen — aankruien — aansleepen — aanvaren — aanvoeren. In alle is de verplaatsing van een voorwerp naar de plaats zijner bestemming het grondbegrip. Zij verschillen slechts naarmate deze verplaatsing geschiedt door middel der handen of door een voertuig. Aanbrengen en aanvoeren laten dit in het midden; het laatste drukt soms meer bepaald uit, dat er veel verplaatst moet worden. Aan sleepen drukt uit dat dit met moeite geschiedt, hetzij het plaats heeft door het met de handen voort te sleepen, of door het met behulp van trekkracht te vervoeren. Bij aandragen wordt bepaald het vervoer door middel van een levend wezen bedoeld.

in hedendaagse spelling:
aanbrengen, aandragen, aangeven, overbrengen, overbrieven, verklikken

Aanbrengen — aandragen — aangeven — overbrengen — overbrieven — verklikken. Eigenlijk gebruikt, beteekenen aan brengen en overbrengen iets ergens heen voeren, brengen aan een persoon of naar eene plaats. Aanbrengen kan van iedere wijze van vervoer gezegd worden; overbrengen geeft tevens te kennen, dat het op de eene plaats opgenomen en op eene andere, min of meer verwijderde wordt neergelegd, en in figuurlijken zin, dat men eene tijding van een ander aanbrengt. Aanbrengen heeft de overdrachtelijke beteekenis van iemand iets doen verkrijgen; b. v. het goed hem door zijne vrouw aangebracht; verder die van bezorgen, berokkenen, of van eene tijding, die een ander onaangenaam is, tot iemands kennis doen komen. In het laatste geval staat het in beteekenis geheel gelijk met aandragen in fig. zin, dat thans minder gebruikelijk is. Aangeven en verklikken geven te kennen dat het eene tijding van bedreven kwaad is. Wanneer men eene onrechtmatige daad ter kennis der overheid brengt en men doet dit niet uit een onedel beginsel, dan geeft men die aan of doet aangifte ervan; geschiedt dit echter uit wraak, boosaardigheid, of hoop op belooning, dan brengt men het aan en is een aanbrenger. Die flauwe jongen brengt bij den meester alles aan. Hebt gij den diefstal, die bij u gepleegd is, al aangegeven? Verklikken is meer een woord uit de schoolwereld en wordt niet buiten de kinderwereld gebruikt. Wel echter het woord verklikker, stille verklikker voor spion. Overbrieven is eigenlijk de tijding van de schuld van een persoon per brief mededeelen, maar wordt ook oneigenlijk in ongunstigen zin van elk zeer ijverig mededeelen gebruikt.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
aanklagen, beschuldigen, betichten, aangeven, aanbrengen

156. Aanklagen — beschuldigen — betichten — aangeven — aanbrengen.

Kenbaar maken, dat iemand iets onbehoorlijks heeft verricht.

Beschuldigen wijst in het algemeen aan dat men op iemand de schuld van iets legt, terwijl aanklagen bovendien uitdrukt, dat zulks geschiedt voor een macht, die de bevoegdheid bezit de schuldige te straffen. De aanklager neemt tevens de verplichting op zich, de aanklacht door bewijzen of getuigen te staven. Aanklagen verlangt dus een straf voor de misdaad, wat beschuldigen niet doet. Laat men het onderzoek en de opsporing der bewijzen aan de rechterlijke macht over, dan gebruikt men aangeven of aanbrengen. Aanbrengen onderstelt tevens, dat men uit wraak of uit zucht naar gewin een strafbare daad ter kennisse van de overheid brengt, terwijl aangeven die onedele drijfveer niet aanneemt. Wordt iemand valschelijk en met een boosaardig opzet een zware misdaad ten laste gelegd, dan gebruikt men betichten. Ook lette men er op, dat van beschuldigen, aanklagen of betichten het lijdend voorwerp een persoonsnaam is, terwijl aangeven en aanbrengen de misdaad tot lijdend voorwerp hebben.

Men beschuldigde den knecht algemeen, dat hij het huis in brand had gestoken; d.w.z. men gaf hem de schuld er van.

De boer klaagde den knecht aan, toen deze den brand had gesticht; d.w.z. de boer diende een aanklacht bij den rechter in, en had er bewijzen of getuigen voor. Hij gaf de brandstichting bij de justitie aan. (Zaaknaam).

De moord werd bij de justitie aangegeven; d.w.z. men stelde de justitie er van in kennis en liet aan haar het verdere onderzoek over.

De werkvrouw bracht alles van de dienstboden bij Mevrouw aan; d.w.z. om een plasdankje of wat ook te verdienen, verklapte zij alles. (In de kinderwereld „verklikken".)

De hovelingen betichtten den schatmeester van diefstal; d.w.z. zij zochten hem uit wraakzucht ten val te brengen en klaagden hem valschelijk aan.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanbrengen, aangeven, aanklagen, beschuldigen, betichten, verklikken

AANBRENGEN, AANGEVEN, AANKLAGEN, BESCHULDIGEN, BETIGTEN, VERKLIKKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 7.

in hedendaagse spelling:
aanbrengen, aangeven, aanlangen, aanreiken, aanvoeren

AANBRENGEN, AANGEVEN, AANLANGEN, AANREIKEN, AANVOEREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 6.

in hedendaagse spelling:
aanklagen, aanbrengen, wroegen, verklikken, aangeven, aankondigen, aanspreken, aanroepen, aanbidden, afbidden, afsmeken

AANKLAGEN, AANBRENGEN, WROEGEN, VERKLIKKEN, AANGEVEN, AANKONDIGEN, AANSPREKEN, AANROEPEN, AANBIDDEN, AFBIDDEN, AFSMEKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 12.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
een nuance aanbrengen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0033 c