aanvuren

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

aanvuren (ww):
aanhitsen, aanmoedigen, aansporen, aanstoken, aanwakkeren, aanzetten, bezielen, drijven, ophitsen, opjagen, opporren, opwekken, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten, voortdrijven

als synoniem van een ander trefwoord:

aanzetten (ww) :
aandrijven, aanhitsen, aanjagen, aanmanen, aanmoedigen, aanporren, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, bemoedigen, bewegen, drijven, ingeven, inspireren, instigeren, jachten, manen, nopen, ophitsen, opporren, oproepen, opruien, opstoken, opwekken, opzwepen, pramen, prikkelen, pushen, stimuleren, uitnodigen, verhaasten
aanmoedigen (ww) :
aandrijven, aanhitsen, aansporen, aanvuren, aanzetten, animeren, bemoedigen, bevorderen, inspireren, moed inspreken, ophitsen, opporren, opwekken, opzwepen, prikkelen, stimuleren, toejuichen
aansporen (ww) :
aanhitsen, aanmoedigen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, aanzetten, drijven, ophitsen, opjagen, opporren, opwekken, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten, voortdrijven
aanstoken (ww) :
aanhitsen, aanmoedigen, aansporen, aanvuren, drijven, hitsen, ophitsen, opjagen, opporren, opruien, opstoken, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten, voortdrijven
aanwakkeren (ww) :
aanhitsen, aanmoedigen, aanstoken, aanvuren, aanzetten, aanzwengelen, activeren, drijven, ophitsen, opporren, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten
prikkelen (ww) :
aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanwakkeren, aanzetten, motiveren, ophitsen, oppeppen, opruien, opstoken, opwekken, opzetten, opzwepen, stimuleren, uitdagen
aandrijven (ww) :
aanhitsen, aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanzetten, bewegen, drijven, hitsen, ingeven, motiveren, ophitsen, opporren, opzetten, zwepen
bezielen (ww) :
aanvuren, animeren, begeesteren, drijven, inspireren, leven geven aan, verrukken, vitaliseren
oproepen (ww) :
aanmanen, aansporen, aanvuren, aanzetten, instigeren, losmaken, manen, opwekken, teweegbrengen
opwekken (ww) :
aanmoedigen, aansporen, aanvuren, aanwakkeren, oproepen, prikkelen, stimuleren, uitnodigen
aansporen (ww) :
aandringen, aanmanen, aanmoedigen, aanvuren, aanzetten, manen, opporren, oproepen
opzwepen (ww) :
aanmoedigen, aanvuren, aanzetten

woordverbanden van ‘aanvuren’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aandrijven, aanhitsen, aanjagen, aanporren, aanprikkelen, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, aanzetten, opruien, opstoken, opwekken

Aandrijven — aanhitsen — aanjagen — aanporren — aanprikkelen — aansporen — aanstoken — aanvuren — aanwakkeren — aanzetten — opruien — opstoken — opwekken. Figuurlijke uitdrukkingen, waardoor de aandrang van buiten op iemand wordt aangeduid, om hem tot sneller of krachtiger handelen te bewegen. Aansporen en opwekken geven het algemeene begrip te kennen. Zij drukken de wijze, waarop de wil bewerkt wordt, niet uit. Het eerste onderstelt eene bestaande neiging tot handelen, terwijl bij het tweede de wil nog in rust gedacht wordt. Aanzetten drukt deze werking het zwakst uit, aandrijven sterker, aanhitsen is eigenlijk iemand fel op iets maken, zijne vurige begeerte aanwakkeren. Met aanvuren drukt dit het sterkst het grondbegrip uit: de paarden aanzetten, aandrijven; iemands ijver aanvuren. Tusschen iemand aanzetten en iemand tot iets aanzetten bestaat dit onderscheid, dat het eerste opwekking van den ijver, het laatste eene opwekking om iets bepaalds te verrichten, te kennen geeft. Met aanjagen, aanprikkelen, aanporren, aansporen vereenigt zich het denkbeeld van eene meer herhaalde aandrijving; aansporen wordt doorgaans in goeden zin gebruikt, en onderstelt, dat er reeds eenige neiging ten goede aanwezig is. Aanstoken wordt bijna uitsluitend in kwaden zin gebruikt: het vuur der tweedracht aanstoken; met een persoon tot voorwerp wordt het dikwijls, doch minder juist gebezigd: iemand tot verzet aanstoken; aanvuren daarentegen dient om den smeulenden ijver te doen ontsteken tot een blakenden gloed. Hetzelfde geldt van aanwakkeren. Aanprikkelen wordt bij voorkeur aangewend om eene werking op de eerzucht, den hartstocht, enz. aan te duiden. De toejuiching, welke hem ten deel viel, prikkelde hem aan om nieuwe eer te bejagen. Wordt aanzetten gebruik met tot of om te, doch tot iets anders dan het werk waartoe men verplicht is, dan krijgt het de beteekenis van aanstoken, doch met minder kracht. Aan opruien en opstoken is eigen de bijbeteekenis van door woorden opwekken tot kwaad doen. Bij opruien laat men in het midden of deze opwekking tot veel of weinig personen gericht is; opstoken onderstelt meer dat de opwekking in het geheim geschiedt en dientengevolge tot een beperkt aantal personen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
aanhitsen, ophitsen, aanblazen, aanporren, aanprikkelen, aansporen, aanstoken, aanvuren, aanzetten

AANHITSEN, OPHITSEN, AANBLAZEN, AANPORREN, AANPRIKKELEN, AANSPOREN, AANSTOKEN, AANVUREN, AANZETTEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 25.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0038 c