Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


afleiden

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

afleiden (ww):
afbrengen, aftappen, aftrekken, afwenden, wegleiden, wegvoeren
afleiden (ww):
besluiten, concluderen, deduceren, distilleren, opmaken
afleiden (ww):
afleiding bezorgen, onderhouden, vermaken, verstrooien
afleiden (ww):
lastig vallen, ophouden, van de wijs brengen, storen

als synoniem van een ander trefwoord:

begrijpen (ww) :
aanvoelen, afleiden, beseffen, bevatten, doorhebben, doorzien, expliciteren, interpreteren, inzien, kunnen plaatsen, opmaken, opvatten, snappen, vatten, verstaan, voelen, volgen
storen (ww) :
afleiden, belemmeren, derangeren, hinderen, lastig vallen, onderbreken, ongelegen komen, ontregelen, ophouden, stremmen, verstoren
concluderen (ww) :
afleiden, besluiten, de conclusie trekken, de gevolgtrekking maken, deduceren, opmaken, tot de slotsom komen
vermaken (ww) :
afleiden, amuseren, bezighouden, entertainen, onderhouden, plezieren, verstrooien
afwenden (ww) :
afkeren, afleiden, africhten, ombuigen, omdraaien, verleggen, wegdraaien
induceren (ww) :
afleiden, gevolg trekken, veralgemenen, veralgemeniseren
verzetten (ww) :
afleiden, omzetten, verleggen, verplaatsen, verschuiven
verstrooien (ww) :
afleiden, amuseren, bezighouden, ontspannen
oplossen (ww) :
afleiden, bepalen, deduceren, herleiden
opmaken (ww) :
afleiden, concluderen, distilleren
aftappen (ww) :
afleiden, overtappen
bezighouden (ww) :
afleiden, ophouden
aftrekken (ww) :
afleiden

woordverbanden van ‘afleiden’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afkeren, afleiden, aftrekken, afwenden

Afkeeren — afleiden — aftrekken — afwenden. Van richting doen veranderen. Afwenden, af keeren is: iets dat zich in zekere richting beweegt, tegenhouden, verhinderen dat het er in voorgaat. Afkeeren drukt dit begrip sterker uit dan afwenden. Een gevaar afkeeren onderstelt een rechtstreeksch optreden tegen hetgeen dreigt; bij afwenden let men minder op het tegengaan, dan wel op het geven van eene andere richting aan het bedreigende, zoodanig dat hij, die er door bedreigd wordt, geen gevaar meer loopt. Het voetvolk keerde den aanval der ruiterij af, doch hiermede was alle gevaar voor het leger niet afgewend. Afleiden is langzamerhand van richting doen veranderen. Het water eener rivier afleiden. Fig. Iemands gedachten afleiden. Aftrekken is iets zóó afleiden, dat de oorspronkelijke richting geheel verlaten en door eene andere vervangen wordt. Hij liet zich afleiden door het gepraat en gewoel om zich heen. Op hetzelfde oogenblik werd mijne aandacht afgetrokken door hetgeen om mij heen voorviel.

in hedendaagse spelling:
afleiden, besluiten, opmaken

Afleiden — besluiten — opmaken. Door logische redeneering van de eene gedachte tot de andere komen, eene gevolgtrekking maken. Besluiten is sterker dan afleiden. Het eerste duidt aan, dat men uit verschillende oordeelvellingen eene gevolgtrekking of een besluit maakt. Bij afleiden is hetgeen afgeleid wordt meer het natuurlijk gevolg, of het uitvloeisel van de gegeven zaak of daad. Opmaken verschilt van afleiden en besluiten in zooverre dat het minder zekerheid geeft; het is daarom in de spreektaal het meest in gebruik. Besluiten veronderstelt eene nauwkeurige vergelijking van meer dan een oordeel of waarneming, waaruit de gevolgtrekking gemaakt wordt. Uit de taal, die een volk spreekt is niets af te leiden omtrent het ras, waartoe het behoort. Moet ik hieruit besluiten, dat ge niet voornemens zijt uw woord gestand te doen? Uit zijne handelingen kan ik niet opmaken, dat hij ons vijandig is.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
afkeren, afleiden, afwenden, aftrekken

145. Afkeeren — afleiden — afwenden — aftrekken.

Van richting veranderen.

Afkeeren onderstelt, dat de richting veranderd wordt, doordat men het naderende voorwerp weet te doen keeren, d.i. draaien in tegengestelde richting. Ook wenden beteekent wel keeren of draaien, maar meer in een zijdelingsche richting. Een gevaar afkeeren wil dus zeggen: maken, dat het zich in tegengestelde richting van ons verwijdert, of dat het teruggaat; het gevaar afwenden beteekent: het gevaar een andere (zijdelingsche) richting geven, zoodat het niet ons, maar mogelijk wel een ander treft. Afkeeren, dat dus een rechtstreeksch optreden, een af doenden maatregel onderstelt, is derhalve sterker dan afwenden; hierbij toch blijft feitelijk het gevaar bestaan. Toeh wordt afkeeren meer en meer door afwenden vervangen.

Afleiden is ook wel een andere richting aan iets geven, doch wijst een langzame, bijna ongemerkte richting aan; de beweging blijft wel bestaan, doch men leidt ze, zoo-als men ze verlangt. Toen zij in haar onderhoud die onaangename zaak dreigde aan te roeren, wist hij behendig het gesprek daarvan af te leiden.

Aftrekken is sterker dan afleiden; het wijst niet alleen aan, dat de richting geheel wordt verlaten, maar ook, dat dit met meer of minder kracht geschiedt. (Denk aan trekken!) Hij heeft zich van de wereld afgetrokken, om zich aan godsdienstige overpeinzingen te wijden.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
afkeren, afleiden, aftrekken, afwenden

AFKEEREN, AFLEIDEN, AFTREKKEN, AFWENDEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 113.

in hedendaagse spelling:
afleiden, ontlenen, uit iets trekken

AFLEIDEN, ONTLEENEN, UIT IETS TREKKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 120.

in hedendaagse spelling:
afleiden, verstrooien, storen

AFLEIDEN, VERSTROOIJEN, STOREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 121.

in hedendaagse spelling:
besluiten, afleiden, waarnemen, gewaarworden, bespeuren, bevroeden, bemerken, ontdekken

BESLUITEN, AFLEIDEN, WAARNEMEN, GEWAARWORDEN, BESPEUREN, BEVROEDEN, BEMERKEN, ONTDEKKEN

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 238.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0035 c