Hoeveel woorden ken je?


   

angstig

angstig is 3 maal gevonden als trefwoord:

angstig (bn): bang, beangst, beducht, benauwd, benepen, bevreesd, bezorgd, gejaagd, huiverig, ongerust, schichtig, schuw
angstig (bn): angstvallig, bangelijk, kleinhartig, kleinmoedig, kopschuw, vreesachtig
angstig (bn): angstaanjagend, dreigend, griezelig, ijzingwekkend

angstig is 13 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

bang (bn) : angstig, angstvallig, angstwekkend, bangelijk, bedeesd, beducht, benard, benauwd, beschroomd, bevreesd, bezorgd, blo, huiverig, in spanning, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuchter, schuw, timide, vervaard, vol spanning, vreesachtig
bevreesd (bn) : angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bedeesd, beducht, benauwd, beschroomd, bezorgd, huiverig, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuw, vervaard, vreesachtig
vreesachtig (bn) : angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bangig, beducht, kleinhartig, kleinmoedig, kopschuw, laf, lafhartig, schichtig, schuchter, schuw
angstvallig (bn) : angstig, bang, bangelijk, beschroomd, schichtig, schroomvallig, vreesachtig
bezorgd (bn) : angstig, bang, beducht, beklemd, bekommerd, gespannen, ongerust, verontrust
onrustig (bn) : angstig, nerveus, ongerust, ontrust, rusteloos, zenuwachtig
kopschuw (bn) : angstig, schichtig, schrikachtig, verlegen, wantrouwend
ongerust (bn) : angstig, bang, bekommerd, bevreesd, bezorgd, onrustig
benauwd (bn) : angstig, bang, beducht, bevreesd, huiverig, ongans
benepen (bn) : angstig, beklemd, benard, benauwd, duf
beklemd (bn) : angstig, benauwd, bezorgd, klem, knel
bleu (bn) : angstig, bedeesd, schuchter
griezelig (bn) : angstig, huiverig

woordverbanden van ‘angstig’ grafisch weergegeven

angstig komt 1 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: bezorgd, angstig, bekommerd, beducht, bevreesd.

Bezorgd — angstig — bekommerd — beducht — bevreesd. Bezorgd is iemand die onrust of zorg over iets heeft, bevreesd degene, die vrees koestert. Niemand kan met bezorgd te zijn, één el tot zijne lengte toedoen. De kinderen waren bevreesd voor de komst van den inspecteur. Beducht, dat alleen in meer deftigen stijl en dan alleen praedicatief gebruikt wordt, ziet meer op de gevolgen, en drukt uit, dat men met angst te gemoet ziet wat niet aangenaam is, hetzij men vreest voor naderend kwaad, hetzij men zich iets goeds ziet ontgaan.....de klokken raast, en is beducht, dat hij haar komt heur kiekens stroopen. (Luyken). Bekommerd is sterker dan de voorgaande, en drukt uit dat iemand groote zorg heeft, onrust, gepaard aan verdriet en kwelling des geestes. Angstig is hij, die in angst verkeert voor iets onaangenaams, waarvan men zich voorstelt, dat het gebeuren kan. 's Avonds was zij altijd angstig, als zij alleen thuis was.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.


Zoeken op angstig bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek .

Woordenboeken: WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Angstig vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.0090959072113037 c

Nu populair bij Bruna:  

Theo Kars: Memoires van een slecht mens / deel 1: 1940-1964 Yvonne Kroonenberg: Wees blij dat je ze nog hebt Hetty van de Laar: De ondergang van de SNS Bank Hans-Jorgen Nicolai: Het WK van A tot Z
Andre Gide: Het innerlijk blauw Mike Tyson: Niets dan de waarheid Joost van Kleef / Henk Willem Smits: De makelaar Johan Derksen: Mandekker