Hoeveel woorden ken je?


   

bang

in het woordenboek is voor bang 1 omschrijving gevonden:

bang, bn. bw. (-er, -st), bevreesd ; wat vrees aanjaagt: de bange winter.

bang is 1 maal gevonden als trefwoord:

bang (bn): angstig, angstvallig, angstwekkend, bangelijk, bedeesd, beducht, benard, benauwd, beschroomd, bevreesd, bezorgd, blo, huiverig, in spanning, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuchter, schuw, timide, vervaard, vol spanning, vreesachtig

bang is 15 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

bevreesd (bn) : angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bedeesd, beducht, benauwd, beschroomd, bezorgd, huiverig, kleinhartig, laf, lafhartig, nerveus, ongerust, schijterig, schrikachtig, schuw, vervaard, vreesachtig
vreesachtig (bn) : angstig, angstvallig, bang, bangelijk, bangig, beducht, kleinhartig, kleinmoedig, kopschuw, laf, lafhartig, schichtig, schuchter, schuw
schuw (bn) : bang, bedeesd, beducht, beschroomd, bevangen, bleu, schichtig, schroomachtig, schroomvallig, schuchter, timide, verlegen, vreesachtig
angstig (bn) : bang, beangst, beducht, benauwd, benepen, bevreesd, bezorgd, gejaagd, huiverig, ongerust, schichtig, schuw
angstvallig (bn) : angstig, bang, bangelijk, beschroomd, schichtig, schroomvallig, vreesachtig
bezorgd (bn) : angstig, bang, beducht, beklemd, bekommerd, gespannen, ongerust, verontrust
laf (bn) : bang, blo, kleinhartig, kleinmoedig, lafhartig, schijterig
ongerust (bn) : angstig, bang, bekommerd, bevreesd, bezorgd, onrustig
benauwd (bn) : angstig, bang, beducht, bevreesd, huiverig, ongans
beducht (bn) : bang, bevreesd, bezorgd, kopschuw, schichtig
lafhartig (bn) : bang, kleinmoedig, laf, laffelijk, zwak
huiverig (bn) : aarzelend, bang
schijterig (bn) : bang, laf, slap
timide (bn) : bang, verlegen
angstwekkend (bn) : bang, benauwd

woordverbanden van ‘bang’ grafisch weergegeven

bang komt 2 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: bedenkelijk, bang, benard, benauwd, kritiek, hachelijk, netelig, gevaarlijk, zorgelijk.

Bedenkelijk bang benard benauwd kritiek hachelijk netelig gevaarlijk zorgelijk. Verschillende uitdrukkingen om aan te duiden dat een toestand gevaar oplevert. Gevaarlijk drukt dit in het algemeen uit. Bedenkelijk zegt alleen, dat de toestand van dien aard is, dat hij ongerustheid veroorzaakt. Zorgelijk is sterker, stelt de vrees voor de mogelijkheid van ongunstigen afloop meer op den voorgrond. Hachelijk duidt aan, dat de kans op een ongunstigen uitslag grooter is dan die op een gunstigen. Het vreemde woord kritiek, dat hachelijk meer en meer verdringt, duidt geheel hetzelfde aan. Netelig ziet niet zoozeer op den uitslag der zaak als wel op de onaangenaamheden, die men, door haar te ondernemen, zich zelf kan berokkenen. De toestand van den zieke is bedenkelijk, is zorgelijk. Een hachelijk oogenblik. Een netelig geval (als men b.v. tusschen twee kwaden kiezen moet). Benauwd geeft te kennen dat men als 't ware in het nauw-zit, zich er niet uit kan redden, in verlegenheid is hoe te handelen; nog sterker wordt dit uitgedrukt door benard. Beide woorden worden meer bepaald van omstandigheden gebruikt. Benauwd wordt bovendien evenals angstig en bang ook van tijdstippen en tijdruimten gebruikt. Benauwde en benarde omstandigheden. Benauwde en bange dagen.

In hedendaagse spelling: blode, bang, laf, versaagd, vreesachtig.

Bloode bang laf versaagd vreesachtig. Vrees achtig en bang zien beide op gebrek aan stoutmoedigheid; het eerste vloeit meer voort uit de geheele persoonlijkheid, uit het karakter van den vreesachtige; bang is dikwijls meer van voorbijgaanden aard, en vaak het gevolg van uitwendige omstandigheden. De haas is vreesachtig. Hij is bang in het donker. Laf ziet op gebrek aan moed; versaagd op gebrek aan volharding of tegenwoordigheid van geest in hachelijke omstandigheden; onversaagd is hij, die zich niet licht laat afschrikken, noch door tegenspoed, noch door hindernissen of gevaren. De bloode heeft gebrek aan vrijmoedigheid in het gezelschap van vreemden of tegenover meerderen. In het zelfstandig naamwoord bloodaard ligt echter altijd het begrip van lafhartigheid.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bang is 1 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: schuw, blo, bedeesd, beschroomd, schroomvallig, huiverig, vreesachtig, bevreesd, bang, beangst, benepen, bekommerd, bezorgd, zorgvuldig, behoedzaam.
SCHUW, BLOODE, BEDEESD, BESCHROOMD, SCHROOMVALLIG, HUIVERIG, VREESACHTIG, BEVREESD, BANG, BEANGST, BENEPEN, BEKOMMERD, BEZORGD, ZORGVULDIG, BEHOEDZAAM.
Bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 177.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

Zie ook: bang maken, bang makend, bang worden, bang zijn.


Zoeken op bang bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek .

Woordenboeken: WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Bang vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.0077359676361084 c

Nu populair bij Bruna:  

Youp van 't Hek: Wat moet ik? Nico Dijkshoorn: In zijn nabijheid Sophie Kinsella: De vraagprijs Tineke Beishuizen: De vrouwen van Fred
John Boyne: Het victoriaanse huis Murakami Haruki: De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren Maya Banks: Zoete overgave Sylvia Day: Zondig hart