Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


bekwaamheid

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bekwaamheid (zn):
bagage, bedrevenheid, begaafdheid, competentie, deskundigheid, geschiktheid, kennis, kunde, kundigheid, meesterschap, slagvaardigheid, talent, vaardigheid, vakkundigheid, vakmanschap, vermogen

als synoniem van een ander trefwoord:

weten (zn) :
bagage, bekendheid, bekwaamheid, cognitie, competentie, kennis, kennisneming, kenvermogen, kundigheid, kunde, medeweten, vertrouwdheid, vermogen, wetenschap
vaardigheid (zn) :
bedrevenheid, behendigheid, bekwaamheid, ervaring, gemak, geoefendheid, habiliteit, handigheid, kunnen, routine, verworvenheid, vingervaardigheid, vlotheid
competentie (zn) :
bedrevenheid, bekwaamheid, capaciteiten, deskundigheid, kunde, kundigheid, meesterschap, slagvaardigheid, vakbekwaamheid, vakkundigheid, vakmanschap
deskundigheid (zn) :
bekwaamheid, competentie, expertise, knowhow, kunde, kundigheid, vakbekwaamheid, vakkennis, vakkundigheid
kennis (zn) :
bagage, bekwaamheid, competentie, ervaring, geleerdheid, kunde, kundigheid, wijsheid
kundigheid (zn) :
bedrevenheid, bekwaamheid, capaciteit, ervaring, knapheid, vaardigheid, vakmanschap
talent (zn) :
aanleg, begaafdheid, bekwaamheid, gave, geschiktheid, kundigheid, predispositie
bedrevenheid (zn) :
bekwaamheid, ervarenheid, geoefendheid, handigheid, routine, vaardigheid
vermogen (zn) :
bekwaamheid, capaciteit, faculteit, kracht, macht, potentie, werkkracht
bevoegdheid (zn) :
bekwaamheid, bemoeienis, competentie, geschiktheid, kwalificatie
capaciteit (zn) :
bekwaamheid, geschiktheid, inhoud, kundigheid, vakmanschap
geschiktheid (zn) :
aanleg, bekwaamheid, bevoegdheid, capaciteit
meesterschap (zn) :
bekwaamheid, vakmanschap, virtuositeit

woordverbanden van ‘bekwaamheid’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanleg, bekwaamheid, geschiktheid, vatbaarheid, gave, begaafdheid, talent, vermogen

Aanleg — bekwaamheid — geschiktheid — vatbaarheid — gave — begaafdheid — talent — vermogen. De hoedanigheid, waardoor men geschikt is voor eene bepaalde bestemming. Aanleg drukt de natuurlijke gesteldheid uit, waardoor men voor iets geschikt kan worden. Geschiktheid drukt datzelfde uit, hetzij op een bepaald oogenblik, hetzij doorgaande, terwijl bekwaamheid ziet op de kundigheden, die iemand de geschiktheid geven. Vatbaarheid veronderstelt de eigenschap om op te nemen, wat van buiten af aangebracht wordt. Gave en begaafheid drukken datgene uit, hetwelk zonder ontwikkeling reeds waarde heeft, ofschoon het door ons toedoen in waarde kan vermeerderen. Een talent is eene groote begaafdheid in één richting, bepaaldelijk op het gebied van kunst of letteren. Vermogen is de van de natuur verkregen geschiktheid ten opzichte van eene bepaalde werking. Zijn gezichtsvermogen is zeer zwak. Vaak wordt het in hét meervoud gebezigd en staat dan voor verstandelijke vermogens. Een jongen met goede vermogens. Hij heeft aanleg om dik te worden. In zijne kindsheid toonde hij reeds veel aanleg om een dweeper te worden. Hij heeft veel geschiktheid voor dat ambt door zijne groote bekwaamheid in die vakken. Zijne vatbaarheid maakt, dat hij alles vlug begrijpt en in praktijk kan brengen. Hij bezat de gave der welsprekendheid. Hij onderscheidde zich van zijne medeleerlingen door zijne groote begaafdheid, en was later bekend door zijn talent als dichter.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
begaafdheid, bekwaamheid, gaaf, verdienste

BEGAAFDHEID, BEKWAAMHEID, GAAF, VERDIENSTE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 240.

in hedendaagse spelling:
geschenk, gift, gave, talent, vermogen, bekwaamheid, geschiktheid

GESCHENK, GIFT, GAVE, TALENT, VERMOGEN, BEKWAAMHEID, GESCHIKTHEID

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 28.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bekwaamheid
onbekwaamheid

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.1095 nc