beminnen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

beminnen (ww):
genieten, minnekozen, naar bed gaan met, neuken, slapen met, vrijen met
beminnen (ww):
houden van, liefde toedragen, liefhebben

als synoniem van een ander trefwoord:

vrijen (ww) :
bedvogelen, beminnen, bibberen, bijslapen, bonken, bonzen, cohabiteren, coïteren, de geslachtsdaad verrichten, dreutelen, emmeren, figuurzagen, flensen, fleppen, flikflooien, fokken, geslachtsgemeenschap hebben, ketsen, kezen, kieren, knuffelen, kroelen, liefhebben, liefkozen, minnekozen, minnen, naaien, nemen, neuken, pakken, palen, pezen, poepen, pompen, rammen, rampetampen, rollebollen, seks hebben, seksen, soppen, tortelen, vogelen, vozen, wippen
neuken (ww) :
beminnen, bibberen, bijslapen, bonken, cohabiteren, coïteren, de geslachtsdaad verrichten, dreutelen, een beurt geven, een punt zetten, emmeren, fleppen, flensen, geslachtsgemeenschap hebben, het doen, ketsen, kezen, kieren, minnen, naaien, naar bed gaan met, nemen, pakken, palen, pezen, poepen, poken, pompen, rammen, rampetampen, rollebollen, seksen, slapen met, soppen, van bil gaan, vogelen, vozen, vrijen, wippen
minnekozen (ww) :
aanhalen, beminnen, kozen, tortelen, trekkebekken, verliefd doen, vrijen
genieten (ww) :
beminnen, liefhebben, minnen, uitleven
houden van (ww) :
beminnen, liefhebben, lieven, minnen
houden (ww) :
beminnen, houden van, liefhebben
minnen (ww) :
beminnen, houden van, liefhebben
liefhebben (ww) :
beminnen, houden van, minnen
nemen (ww) :
neuken, beminnen, naaien
aanhangen (ww) :
beminnen

woordverbanden van ‘beminnen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
beminnen, houden van, liefhebben, lieven, minnen

Beminnen — houden van — liefhebben — lieven — minnen. Deze woorden duiden aan het welgevallen vinden in eene persoon, dat het uitvloeisel is van overweging van het verstand of van aandoening der zinnen, of wel van beide. Minnen en lieven zijn meer dichterlijke uitdrukkingen, liefhebben dat in de taal van het dagelijksch leven de gewone uitdrukking is voor de beide voorgaande en voor beminnen, drukt in hoogeren stijl soms een andere soort van genegenheid uit dan beminnen; terwijl bij beminnen de zinnelijke liefde verbonden is met overweging van het verstand, wordt bij liefhebben minder aan de zinnelijke liefde gedacht. Dikwijls echter duidt beminnen alleen aan het liefde koesteren voor iemand en laat in het midden welke de beweegreden is. Heb uw naasten lief als u zelven, bemin uwe medemenschen. Wel hem, die 't vaderland meer dan zich zelf bemint. Uw liefhebbende Vader. Houden van is eene gemeenzame uitdrukking om te kennen te geven, dat men iemand gaarne ziet of iets gaarne doet, maar heeft ook de beteekenis van liefhebben; het is echter zwakker van kracht. Ik houd tan hem, d. i. ik mag hem wel lijden. Niet van visch houden. Zie ook Aankleven.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
beminnen, liefhebben, lieven, minnen, houden van, gehecht, toegedaan zijn aan

BEMINNEN, LIEFHEBBEN, LIEVEN, MINNEN, HOUDEN (VAN IETS, OF IEMAND), GEHECHT, TOEGEDAAN ZIJN (AAN IETS, OF IEMAND)

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 292.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

beminnen
walgen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c