bijtend

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bijtend (bn):
bits, fel, giftig, grievend, hatelijk, sarcastisch, scherp, stekelig, venijnig, vinnig, wrang
bijtend (bn):
agressief, brandend, corrosief, invretend, prikkelend, snijdend, stekend, striemend, vurig

als synoniem van een ander trefwoord:

scherp (bn) :
bars, beledigend, bijtend, bits, bitter, getand, hekelig, hoekig, kantig, kwetsend, onvriendelijk, puntig, sarcastisch, snel, snerpend, snijdend, stekelig, venijnig, vinnig, vlijmend, wrang
hatelijk (bn) :
bijtend, boosaardig, gemeen, gezouten, grievend, honend, krenkend, kwaadaardig, nurks, odieus, onuitstaanbaar, sarcastisch, spottend, tergend, vuil
bits (bn) :
bijtend, bitsig, kortaf, nijdig, onvriendelijk, opvliegend, pinnig, scherp, snauwerig, snibbig, spinnig, vinnig, wrevelig
vurig (bn) :
bijtend, brandend, fel, fonkelend, gepeperd, pikant, pittig, scherp, vuur schietend
snijdend (bn) :
afgebeten, bijtend, scherp, schraal, snel, snerpend, stekend, vinnig, vlijmend
scherp (bn) :
bijtend, brandend, gepeperd, heet, pikant, pittig, prikkelend, sterk, zerp
sarcastisch (bn) :
bijtend, cynisch, hatelijk, honend, schamper, scherp, spottend, wrang
agressief (bn) :
aantastend, bijtend, brandend, corrosief, invretend
cynisch (bn) :
bijtend, bitter, sarcastisch, spottend, wrang
prikkelend (bn) :
bijtend, branderig, gepeperd, scherp
venijnig (bn) :
bijtend, boosaardig, pinnig, vilein
wrang (bn) :
bijtend, bitter, zerp, zuur
brandend (bn) :
bijtend, heet, scherp
giftig (bn) :
bijtend, hatelijk
zuur (bn) :
bijtend

woordverbanden van ‘bijtend’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bitter, bijtend, bits, onvriendelijk, schamper, scherp, snibbig, spijtig, vinnig

Bitter — bijtend — bits — onvriendelijk — schamper — scherp — snibbig — spijtig — vinnig. Het tegenovergestelde van vriendelijk en zacht. Onvriendelijk zegt niets anders dan dit. De andere woorden versterken dit begrip op verschillende wijzen. Scherp en bijtend zien meer op hetgeen men zegt (eene scherpe verwijting, bijtende scherts); bits, op den toon, waarop het gezegd wordt (een bits antwoord); spijtig onderstelt min of meer teleurstelling, gekwetste eigenliefde, iets wat ook in bitter gelegen is, terwijl aan schamper iets hoonends eigen is. Snibbig (kort aangebonden, snauwerig) en vinnig (scherp, venijnig) worden inzonderheid van vrouwen gebezigd.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
zuur, wrang, scherp, bits, bijtend, grievend, snijdend, hartdoorborend

ZUUR, WRANG, SCHERP, BITS, BIJTEND, GRIEVEND, SNIJDEND, HARTDOORBOREND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 362.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
bijten

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0051 c