bruikbaar

als woordenboektrefwoord:

bruikbaar:
bn. (-der, -st), geschikt om gebruikt te worden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

bruikbaar (bn):
applicabel, behoorlijk, doelmatig, geschikt, handelbaar, handig, nuttig, praktisch, toepasbaar, waardevol

als synoniem van een ander trefwoord:

nuttig (bn) :
bevorderlijk, bruikbaar, dienstbaar, dienstig, goed, leerzaam, praktisch, productief, van dienst, van nut, voordelig, winstgevend
goed (bn) :
betrouwbaar, bruikbaar, degelijk, deugdelijk, geldig, geschikt, handig, passend, proper, solide
handig (bn) :
bruikbaar, gemakkelijk, geschikt, handelbaar, handzaam, makkelijk, praktisch
toepasselijk (bn) :
bruikbaar, geschikt, geƫigend, passend, toepasbaar, treffend, welgekozen
praktisch (bn) :
bruikbaar, dienstig, doelmatig, functioneel, handig, makkelijk, nuttig
dienstig (bn) :
bruikbaar, geschikt, nuttig, passend, praktisch, van dienst
geschikt (bn) :
bruikbaar, dienstig, doelmatig, gemakkelijk, handig
waardevol (bn) :
belangrijk, bruikbaar, degelijk, nuttig, valabel
functioneel (bn) :
bruikbaar, doelmatig, geschikt, zakelijk
constructief (bn) :
bruikbaar, nuttig, opbouwend, positief
behoorlijk (bn) :
bruikbaar, geschikt
handelbaar (bn) :
bruikbaar, handzaam

woordverbanden van ‘bruikbaar’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bruikbaar, geschikt

Bruikbaar — geschikt. Bruikbaar zegt minder dan geschikt. Het laatste onderstelt, dat een voorwerp bepaald met het oog op zekere verrichting vervaardigd is, het eerste, dat het er desnoods toe kan gebezigd worden. Een mes, eene schaar is bruikbaar om de kurk van eene flesch te verwijderen, doch de kurketrekker is daartoe het geschikte instrument. Figuurlijk bestaat er tusschen beide woorden hetzelfde onderscheid. Een geschikt mensch noemt men een zoodanig persoon, van wien men de zekerheid heeft, dat hij hetgeen hem wordt opgedragen goed zal verrichten; meestal staat hierbij het denkbeeld op den voorgrond, dat hij veel tact bezit om met menschen om te gaan. Een bruikbaar mensch is iemand, van wien men zich wel kan bedienen, ofschoon men zijne bekwaamheid of vaardigheid niet hoog aanslaat.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bruikbaar, geschikt

BRUIKBAAR, GESCHIKT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 418.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

bruikbaar
onbruikbaar
zie ook:
alom bruikbaar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0036 c