centrum

als woordenboektrefwoord:

centrum:
o. (-s, centra), middelpunt.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

centrum (zn):
binnenstad, city, stadscentrum, stadskern
centrum (zn):
hart, hartje, kern, middelpunt, midden
centrum (zn):
brandpunt, concentratie, haard, zetel
centrum (zn):
instituut

als synoniem van een ander trefwoord:

kern (zn) :
atoomkern, binnenste, celkern, centrum, kerndeeltje, kernpunt, klokhuis, noot, nucleus
haard (zn) :
brandpunt, broeinest, bron, centrum, focus, middelpunt
hart (zn) :
centrum, het binnenste, kern, middelpunt, midden
instituut (zn) :
centrum, genootschap, instelling, kostschool
middelpunt (zn) :
brandpunt, center, centrum, kern, midden
inrichting (zn) :
centrum, gesticht, instelling, tehuis
binnenstad (zn) :
centrum, city, stadshart, stadskern
midden (zn) :
centrum, kern, middelpunt
brandpunt (zn) :
centrum, middelpunt
zetel (zn) :
behuizing, centrum

woordverbanden van ‘centrum’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

centrum
periferie

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0028 c