Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


dienst

als woordenboektrefwoord:

dienst:
m. (-en), bijstand; verrichting ten behoeve van anderen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dienst (zn):
afdeling, agentuur, bureau, bureel, diensttak, inrichting, instelling, instituut, kantoor, organisatie, overheidsinstantie
dienst (zn):
ambt, ambtsuitoefening, betrekking, bezigheid, dienstbetrekking, dienstverband, dienstverrichting, functie, werk
dienst (zn):
eredienst, godsdienstoefening, kerkdienst, liturgie, viering
dienst (zn):
dienstplicht, diensttijd, krijgsdienst, krijgsmacht, leger
dienst (zn):
bediening, dienstbaarheid, service
dienst (zn):
cultus, plechtigheid, verering
dienst (zn):
overheidsinstelling
dienst (zn):
wacht
dienst (zn):
nut

als synoniem van een ander trefwoord:

bezigheid (zn) :
activiteit, affaire, ambacht, arbeid, bedrijvigheid, beroep, beslommering, dienst, emplooi, functie, inspanning, karweitje, occupatie, verrichting, werk, werkkring, werkzaamheid
functie (zn) :
ambt, baan, beroep, betrekking, bezigheid, dienst, job, officie, officium, plaats, positie, post, rol, taak, waardigheid, werk, werkzaamheid
service (zn) :
bediening, dienst, dienst na verkoop, dienstbetoon, dienstverlening, nadienst, naverkoopdienst, onderhoud
instelling (zn) :
dienst, genootschap, gesticht, inrichting, instantie, instituut, lichaam, orgaan, organisatie, stichting
ambt (zn) :
bediening, beroep, betrekking, dienst, emplooi, functie, officie, officium, positie, post, quaestuur
bureau (zn) :
bureel, dienst, instelling, kantoor, politiebureau
plechtigheid (zn) :
ceremonie, dienst, feestelijkheid, viering
kantoor (zn) :
agentuur, bedrijf, bureau, bureel, dienst
bediening (zn) :
ambt, dienst, emplooi, post, service
godsdienstoefening (zn) :
dienst, eredienst, kerkdienst
afdeling (zn) :
departement, dienst

woordverbanden van ‘dienst’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
ambt, beroep, bediening, dienst, betrekking, post, waardigheid

Ambt — beroep — bediening — dienst — betrekking — post — waardigheid. Alle duiden eene maatschappelijke betrekking aan, waaraan zekere werkzaamheden verbonden zijn, en wel zoodanige, welke men niet eigenmachtig op zich neemt, maar die ons door een erkend of bevoegd gezag worden opgedragen. Betrekking heeft de ruimste be-teekenis. Men bekleedt deze niet alleen ten gevolge van eene opdracht, maar ook krachtens eene bevoegd verklaring, als b.v. een arts ten gevolge van zijn examen. Ambt en bediening duiden eene openbare betrekking aan, den werkkring, waarin iemand geplaatst is ten gevolge eener benoeming door openbaar of erkend gezag. Bediening wordt weinig meer gezegd van een staatsambt; wel nog in het Wetb. v. Strafr.: „een ambtenaar hinderen in de uitoefening van zijne bediening" en verder van de betrekking van een geestelijke. Betrekking en dienst (het laatste bij voorkeur) worden gebezigd, wanneer men het oog heeft op de verhouding tot eene hooger gestelde persoonlijkheid of macht. Bij dienst staat het begrip van ondergeschiktheid op den voorgrond. Ambt is de betrekking, waartoe men benoemd is òf door de overheid òf door bevoegd gezag. Post vergelijkt de plaats, welke een ambtenaar bekleeden moet, met het punt waarop de krijgsman op schildwacht is geplaatst; het ziet vooral op de plaats, die hij inneemt. Het staat in de dagelijksche spreektaal met ambt gelijk. Beroep omvat eiken maatschappelijken werkkring, (het is ook synoniem met ambacht (z. b.)), maar stelt niet op den voorgrond dat men eene aanstelling of bevoegdverklaring daartoe heeft. Onder baantje verstaat men eene betrekking van minder aanzien. Waardigheid wijst niet zoozeer de betrekking zelf aan, als wel de eer en het aanzien, die er mee verbonden zijn; het wordt dus alleen gebruikt van hooge ambten en bedieningen. De waardigheid van lid van de Staten, van gouverneur-generaal. Het hoogleeraarsambt. Ontvanger der belastingen was vroeger een voordeelige post. De knecht heeft een goeden dienst. De betrekking van juffrouw van gezelschap lachte mij niet aan. Een baantje aan de spoor.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
ambt, bediening, dienst, waardigheid, post, baantje

AMBT, BEDIENING, DIENST, WAARDIGHEID, POST, BAANTJE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 162.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
buiten dienst, dienst doen, dienst na verkoop, in dienst, militaire dienst, van dienst

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0036 c