eindeloos

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

eindeloos (bn):
altijddurend, eeuwig, grenzeloos, grenzeloos, mateloos, oeverloos, onafzienbaar, onbeperkt, oneindig, onmetelijk, onophoudelijk, voortdurend
eindeloos (bn):
geweldig, grandioos, heerlijk, prachtig

als synoniem van een ander trefwoord:

geweldig (bn) :
buitengewoon, daverend, denderend, eindeloos, enorm, excellent, fameus, fantastisch, formidabel, gruwelijk, kolossaal, machtig, magnifiek, mieters, prachtig, razend, reusachtig, reuze, sensationeel, subliem, verdraaid, verduiveld, verschrikkelijk
prachtig (bn) :
eindeloos, fantastisch, fraai, geweldig, groots, heerlijk, kostelijk, luisterrijk, magnifiek, mooi, moorddadig, oogverblindend, schitterend, schoon, splendide, subliem, superbe, verrukkelijk, voortreffelijk, wondermooi
uniek (bn) :
buitengewoon, eindeloos, enorm, fameus, fantastisch, formidabel, kolossaal, machtig, mieters, ongekend, onvergelijkelijk, prachtig, reusachtig, reuze, sensationeel, uitzonderlijk
continu (bn) :
aanhoudend, constant, doorlopend, eindeloos, gestaag, gestadig, niet aflatend, onafgebroken, ononderbroken, onophoudelijk, voortdurend
onbeperkt (bn) :
eindeloos, grenzeloos, oeverloos, onbegrensd, onbekrompen, onbelemmerd, ongelimiteerd, teugelloos, volstrekt, vrij
grenzeloos (bn) :
eindeloos, mateloos, onbegrensd, onbeperkt, oneindig, onmetelijk, overmatig
eeuwig (bn) :
altijd, continu, eindeloos, immer, onophoudelijk, steeds, voortdurend
oneindig (bn) :
altijddurend, eeuwig, eindeloos, voortdurend, zonder einde
oeverloos (bn) :
eindeloos, grenzeloos, onbeperkt
voortdurend (bn) :
eeuwig, eindeloos, oneindig
onbegrensd (bn) :
eindeloos

woordverbanden van ‘eindeloos’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
eindeloos, oneindig, ongemeten

Eindeloos — oneindig — ongemeten. Wat geen einde neemt. Eindeloos geeft te kennen dat iets geen einde heeft; dat aan eene handeling geen einde komt. Oneindig had oorspronkelijk de beteekenis van geen einde hebbende, maar heeft later de beteekenis gekregen van onbegrensd; zoo groot dus van afmeting, dat men het zich niet als een begrensd geheel kan voorstellen; hieruit heeft zich de beteekenis van zeer groot ontwikkeld. Men spreekt van een eindelooze, niet van eene oneindige vlakte, daarentegen van een oneindig, niet van een eindeloos groot getal. Men zegt zoowel het oneindig kleine als het oneindig groote. Voor oneindig wordt in dichterlijke taal ook ongemeten gebruikt, eigenlijk dat wat nooit gemeten is, en niet gemeten kan worden.

't Ongemeten boeide onz' oogen,
En ons lied zijt gij, o zee!

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
eeuwig, eindeloos, oneindig

116. Eeuwig — eindeloos — oneindig.

Wat geen einde heeft.

Eeuwig drukt oorspronkelijk uit, dat aan geen einde, maar ook aan geen begin kan gedacht worden. In dezen zin kan men alleen zeggen: God is eeuwig. — Verder duidt het woord aan, dat er wel een begin is geweest, maar dat er aan een einde onmogelijk kan gedacht worden: het eeuwige leven. Om dit denkbeeld van: onmogelijk te kunnen eindigen, aan te duiden, gebruikt men eeuwig ook figuurlijk van zaken, waaraan feitelijk wel een einde kan zijn, al wordt de mogelijkheid daarvan uitgesloten: het Eeuwig Edict (Het duurde toch maar 5 jaren!)

Eindeloos wil zeggen, dat iets geen einde heeft, ofschoon zulk een einde niet onmogelijk ware geweest. Terwijl eeuwig meer op den tijd ziet, vestigt eindeloos meestal de aandacht op de ruimte. Een eindelooze vlakte lag vóór mij. (Voor mijn blik had die vlakte geen einde; misschien was er wel een eind aan!)

Men spreekt van Gods eeuwige liefde, omdat deze ten allen tijde zal voortduren; ook spreekt men van Gods eindelooze liefde tot de zondaren, dm aan te duiden, dat het einde van die liefde wel mogelijk ware geweest, maar dat God te goedertieren is, om die liefde een einde te doen nemen. (Welk der beide woorden is dus sterker?)

Oneindig duidt aan, dat er werkelijk aan de ruimte (of tijd) geen einde is, bijv. de rij der getallen is oneindig. Hieruit ontwikkelde zich het begrip: onbegrensd, bijzonder groot, zóó groot zelfs, dat alle afmetingen of grenzen wegvallen. Het wordt daarom gebruikt als bijw. van graad: Een oneindig groot verschil. Een oneindig klein getal. Wat beteekent nu: Gods oneindige liefde?

Waarom kan men niet spreken van een oneindige vlakte? Waarom niet van een eeuwige vlakte? (Eeuwig is een tijdsbegrip, oneindig een ruimtebegrip!) Waarom mag men God niet den Eindelooze heeten?

Een eindeloos krakeel schijnt geen einde te hebben; maar toch is dit einde mogelijk, als de twist wordt bijgelegd. Een eeuwig krakeel ziet er op, dat er ten allen tijde getwist wordt, dus wijst meer een tijdsbegrip aan.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
eeuwig, altijddurend, eindeloos, zonder einde

EEUWIG, ALTIJDDUREND, EINDELOOS, ZONDER EINDE

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 145.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

eindeloos
afgrijselijk, afschuwelijk, eindig, gruwelijk, lelijk, monsterlijk, stom, verschrikkelijk, vreselijk, walgelijk, weerzinwekkend

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0052 c