fiks

als woordenboektrefwoord:

fiks:
bw. (-er, -t), behendig, vlug; krachtig.
fiks:
bn. (-er, -t), vlug; krachtig; knap; gezond.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fiks (bn):
behoorlijk, danig, duchtig, flink, fors, sterk
fiks (bn):
hard, krachtig, stevig
fiks (bn):
ferm, kloek, robuust

als synoniem van een ander trefwoord:

flink (bn) :
aan de maat, aanzienlijk, aardig, behoorlijk, belangrijk, degelijk, duchtig, echt, erg, fiks, fors, gezond, goed, groot, kloek, knap, kranig, kras, kwiek, pittig, potig, pront, robuust, sterk, stevig, struis, terdege
stevig (bn) :
behoorlijk, degelijk, duchtig, fiks, flink, grondig, hard, hecht, hevig, massief, pittig, rechtop, schrap, sterk, stijf, vast
duchtig (bn) :
behoorlijk, danig, fiks, flink, geducht, krachtig, onbarmhartig, stevig, terdege, zeer
sterk (bn) :
aanzienlijk, fel, fiks, flink, fors, geweldig, hard, hevig, intens, veel, zeer, zwaar
fors (bn) :
aanzienlijk, aardig, behoorlijk, fiks, flink, groot, hevig, sterk, stevig, straf
ferm (bn) :
behoorlijk, dapper, fiks, flink, fors, kloek, kordaat, moedig, robuust
kloek (bn) :
ferm, fiks, flink, fors, fris, groot, kant, robuust, stevig, struis
gevoelig (bn) :
fiks, kwetsbaar, pijnlijk, precair, teer, vatbaar, zwaar, zwak
gepeperd (bn) :
fiks, hoog, pittig
hoog (bn) :
fiks, gepeperd
goed (bn) :
fiks
behoorlijk (bw) :
aanzienlijk, ferm, fiks, flink, grondig, heel wat, nogal

woordverbanden van ‘fiks’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
fiks, flink

Fiksch — flink. Fiksch ziet meer op vaardigheid of gezondheid, flink op kloekheid. Hij weet fiksch met de pen om te gaan. Hij is fiksch in orde. Gij zult eene flinke vrouw aan haar hebben.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
fiks, flink

FIKSCH, FLINK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 174.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

fiks
luttel
zie ook:
fik

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c