fortuin

als woordenboektrefwoord:

fortuin:
o. (-en), kapitaal; geluk.
fortuin:
v. geluksgodin.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

fortuin (zn):
wel en wee, wisselvalligheid
fortuin (zn):
kapitaal, vermogen
fortuin (zn):
geluk, voorspoed

als synoniem van een ander trefwoord:

geluk (zn) :
bof, buitenkans, chance, dikoor, fortuin, gelukzaligheid, hazard, heil, mazzel, meeval, meevaller, slagboeg, treffer, veine, voorspoed, weelde, welvaart, welzijn, zaligheid, zwijn
welzijn (zn) :
fortuin, geluk, gezondheid, gezondheidstoestand, heil, prosperiteit, salubriteit, voorspoed, welbehagen, welbevinden, welstand, welvaart, welvaren, welvarendheid
voorspoed (zn) :
bloei, fortuin, geluk, heil, meeval, prosperiteit, succes, welbevinden, welstand, welvaart, welvaren, welvarendheid, welzijn, zegen, zegening
vermogen (zn) :
bezit, bezitting, debiet, eigendom, fortuin, kapitaal, pecunia, rijkdom
noodlot (zn) :
fortuin, voorbestemming
lot (zn) :
buitenkans, fortuin
kapitaal (zn) :
fortuin, veel geld

woordverbanden van ‘fortuin’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
fortuin, geluk

Fortuin — geluk. De voorspoed, dien iemand geniet. Fortuin vr. en onz., een aan het Latijn ontleend woord, ziet meer op een toevallig, onvoorzien geluk, dat ons ten deel valt, zonder dat wij er zelf iets aan toebrengen, 't Geluk heeft hem gediend. De fortuin is met de stoutmoedig en. Zijn fortuin zoeken, zijn fortuin maken. Van hier fortuin = vermogen, vgl. Heil.

in hedendaagse spelling:
have, bezit, bezitting, fortuin, goed, goederen, middelen, vermogen

Have — bezit — bezitting — fortuin — goed — goederen — middelen — vermogen. Bezit, goed en have duiden die zaken aan, die de mensch als zijn eigen beschouwen kan; in deze woorden is de grondgedachte op verschillende wijze uitgedrukt. Bezit en ook bezitting is eigenlijk wat bezeten wordt. Have is wat men heeft, goed is wat den mensch goed of van nut is. Goed wordt zoowel gebruikt van roerende als onroerende goederen. (Vgl. Goederen). Have, eigenlijk bezitting, beteekende oudtijds ook vast goed, maar wordt tegenwoordig meer voor roerende goederen en vee (tilbare have, levende have) gebezigd, terwijl goederen nu meer gebruikt wordt om vaste eigendommen, inzonderheid landeigendom (vaste, onroerende goederen), bezitting om onroerende goederen van eenigen omvang aan te duiden. Middelen omvatten iemands gezamenlijke bezittingen, doch zien vooral op het geld dat hij bezit. Een man van middelen is hij, die onbekrompen leven kan. Hetzelfde in ruimeren zin wordt uitgedrukt door fortuin. Vermogen is dat waardoor men iets vermag of macht heeft. Dit woord omvat de middelen, rechten enz. en beschouwt dit alles met de bezitting en de middelen als een geheel. In de taal van het dagelijksch leven heeft het meestal de kracht van middelen of fortuin.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
geluk, fortuin

GELUK, FORTUIN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 203.

in hedendaagse spelling:
heil, geluk, voorspoed, fortuin

HEIL, GELUK, VOORSPOED, FORTUIN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 241.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

fortuin
ongeluk, pech, tegenslag, tegenspoed

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0037 c