Meer dan 30% korting op Schrijven Magazine.


   

genegen

in het woordenboek is voor genegen 1 omschrijving gevonden:

genegen, bn. (-er, -st), gunstig gezind ; geneigd.

genegen is 3 maal gevonden als trefwoord:

genegen (bn): bereid, van plan, van zins
genegen (bn): goedgezind, goedgunstig
genegen (bn): vriendelijk

genegen is 3 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

vriendelijk (bn) : aangenaam, aardig, amicaal, aimabel, attent, behulpzaam, beleefd, beminnelijk, bereidwillig, beschaafd, gemoedelijk, genadig, genegen, goedaardig, goedgunstig, goedhartig, goedig, goelijk, hartelijk, herderlijk, innemend, inschikkelijk, lankmoedig, lief, lieftallig, minnelijk, ongedwongen, prettig, toegenegen, toeschietelijk, vaderlijk, voorkomend, vriendschappelijk, vrolijk, welgemeend, welwillend, zacht
bereid (bn) : genegen, geneigd, gereed, gewillig, paraat
goedgezind (bn) : genegen, gunstig

woordverbanden van ‘genegen’ grafisch weergegeven

genegen komt 1 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: genegen, geneigd, gezind.

Genegen geneigd gezind. Genegen is gunstig gestemd voor.; geneigd overhellend tot, 't zij dat de neiging iemand van nature eigen is, 't zij, dat zij het gevolg is van redeneering, inzicht, enz., die hem doen overhellen, tot iets. Gezind is eene bepaalde denkwijze hebbende omtrent een persoon of eene zaak met het bijdenkbeeld, dat die denkwijze zich in daden openbaart of openbaren zal. Hij is mij bijzonder genegen. Is hij ge negen te vertrekken? Geneigd tot den drank. Iemand kwalijk gezind zijn. Wat is hij gezind te doen ?

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

genegen komt 1 maal voor in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

In hedendaagse spelling: geneigd, genegen.

5. Geneigd genegen.

Neiging tot iets hebbende.

Geneigd geeft te kennen, f dat de neiging iemand nature eigen is, dus tot zijn aard en karakter behoort, f wel dat zij het gevolg is van redeneering, inzicht of oordeel, die iemand tot iets doen overhellen. (Neigen = overhellen.) De mensch is geneigd tot zonde: zijn aard brengt dat mede. Ik ben geneigd dit toe te stemmen: ik hel er toe over (daar ik er over nagedacht heb).

Genegen ziet meer op de neigingen, die uit lust of begeerte ontstaan. 'Men vraagt een keukenmeid, een burgerpot kunnende koken en tevens genegen eenig huiswerk te verrichten: die daar lust in heeft, er niet afkeerig van is. Bovendien kan genegen beteekenen: goedgunstig gezind, liefhebbend: De directeur is mij zeer genegen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

genegen is 1 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: genegen, gunstig, genadig, geneigd.
GENEGEN, GUNSTIG, GENADIG, GENEIGD.
Bron: Weiland & Landr - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 207.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

genegen komt voor in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

genegen ongenegen

Zie ook: genegen zijn.


Zoeken op genegen bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek .

Woordenboeken: WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Genegen vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.011163949966431 c