geprononceerd

als woordenboektrefwoord:

geprononceerd:
bn. duidelijk uitkomend.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

geprononceerd (bn):
bepaald, beslist, nadrukkelijk, overduidelijk, uitgesproken

als synoniem van een ander trefwoord:

overduidelijk (bn) :
apert, evident, flagrant, geprononceerd, hard, onbetwistbaar, ondubbelzinnig, onloochenbaar, onmiskenbaar, onomstotelijk, ontegensprekelijk, ontegenzeggelijk, ontegenzeglijk, onweerlegbaar, zonneklaar
beslist (bn) :
absoluut, echt, gegarandeerd, geheid, geprononceerd, onherroepelijk, ontegenzeglijk, pertinent, stellig, zeker
nadrukkelijk (bn) :
duidelijk, emfatisch, geprononceerd, met klem, met nadruk, pertinent, uitdrukkelijk, vigoureus
bepaald (bn) :
bestemd, fix, gegeven, geprononceerd, omschreven, vast, vastgesteld, welomschreven
sprekend (bn) :
geprononceerd, helder
uitgesproken (bn) :
geprononceerd

woordverbanden van ‘geprononceerd’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0028 c