Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologie├źn ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


gerucht

als woordenboektrefwoord:

gerucht:
o. (-en), onzekere tijding ; lawaai.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gerucht (zn):
kletspraatje, roddel, roddelpraatje
gerucht (zn):
gepraat, mare, praatje, verhaal
gerucht (zn):
opschudding, opzien, rumoer
gerucht (zn):
geluid

als synoniem van een ander trefwoord:

opschudding (zn) :
alarm, alteratie, bedoening, beroering, beweging, commotie, consternatie, deining, drukte, gedoe, geraas, gerucht, heisa, herrie, kabaal, keet, omwenteling, ontsteltenis, ontwrichting, ophef, oploop, opwinding, rel, reuring, rumoer, ruzie, schrik, sensatie, spektakel, tumult, verwarring, wanorde
praatje (zn) :
geroddel, gerucht, praat, roddel, smoes, uitvlucht, verhaaltje, vertelsel, verzinsel
rumoer (zn) :
drukte, gerucht, ophef, opschudding, tumult
sprake (zn) :
gerucht, melding, spraak
praatje (zn) :
geklets, gerucht, praat
opzien (zn) :
gerucht, sensatie
geluid (zn) :
gerucht, geruis
verhaal (zn) :
gerucht

woordverbanden van ‘gerucht’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
maar, mare, gerucht, bericht, naricht, tijding, kondschap, bescheid, kennisgeving, bekendmaking, verslag, verhaal

MAAR, MARE, GERUCHT, BERIGT, NARIGT, TIJDING, KONDSCHAP, BESCHEID, KENNISGEVING, BEKENDMAKING, VERSLAG, VERHAAL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 381.

in hedendaagse spelling:
oploop, opschudding, gewoel, gejoel, getier, gerucht, rumoer, teugelloosheid, moedwil, euvelmoed, baldadigheid, geweld, plundering

OPLOOP, OPSCHUDDING, GEWOEL, GEJOEL, GETIER, GERUCHT, RUMOER, TEUGELLOOSHEID, MOEDWIL, EUVELMOED, BALDADIGHEID, GEWELD, PLUNDERING

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 319.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0039 c