gezond

als woordenboektrefwoord:

gezond:
bn. bw. (-er, -st), niet ziek.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

gezond (bn):
beter, blakend, fit, goed, kiplekker, valide, welvarend
gezond (bn):
heelhuids, ongedeerd, ongeschonden
gezond (bn):
heilzaam, verantwoord, weldadig
gezond (bn):
kras, sterk, vitaal

als synoniem van een ander trefwoord:

flink (bn) :
aan de maat, aanzienlijk, aardig, behoorlijk, belangrijk, degelijk, duchtig, echt, erg, fiks, fors, gezond, goed, groot, kloek, knap, kranig, kras, kwiek, pittig, potig, pront, robuust, sterk, stevig, struis, terdege
solide (bn) :
betrouwbaar, geloofwaardig, gezond, kredietwaardig, solvabel, solvent
welvarend (bn) :
bloeiend, blozend, florissant, gezond, in goeden doen, voorspoedig
kras (bn) :
flink, gezond, ongelooflijk, opvallend, sterk, vitaal
behouden (bn) :
gespaard, gezond, heelhuids, ongedeerd, veilig
beter (bn) :
de oude, genezen, gezond, hersteld, opgeknapt
fleurig (bn) :
aangenaam, gezond, kleurig, opgewekt, vrolijk
heilzaam (bn) :
gezond, therapeutisch, voedzaam, weldadig
fit (bn) :
gezond, in conditie, krachtig, vief
uitstekend (bn) :
best, gezond, heerlijk, klasse
patent (bn) :
gezond, prima, uitstekend
valide (bn) :
gezond, krachtig, sterk
degelijk (bn) :
gezond, voedzaam
natuurlijk (bn) :
gezond
wel (bw) :
gezond, goed, in orde

woordverbanden van ‘gezond’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

gezond
gehandicapt, ongelukkig, ongezond, ziek
zie ook:
gezond maken, gezond worden

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c