huis

als woordenboektrefwoord:

huis:
o. (huizen), gebouw, bestemd tot woning voor mensen; van goeden huize, van goede familie.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

huis (zn):
domicilie, heem, home, kot, maison, onderdak, thuis, woning, woonhuis, woonst, woongelegenheid, woonruimte
huis (zn):
firma, handelsfirma, handelshuis, handelsonderneming, handelszaak, koopmanshuis, koopmanszaak, zaak
huis (zn):
behuizing, huls, hulsel, kas, omhulsel, omkleding, omkleedsel
huis (zn):
dynastie, familie, geslacht, maagschap, stam, verwanten
huis (zn):
oord, tehuis, verzorgingscentrum, verzorgingstehuis
huis (zn):
omhulsel, slakkenhuis

als synoniem van een ander trefwoord:

woning (zn) :
appartement, behuizing, domicilie, flat, honk, huis, onderdak, tehuis, thuis, verblijf, verblijfplaats, woon, woongelegenheid, woonhuis, woonplaats, woonruimte, woonst
behuizing (zn) :
appartement, etagewoning, flat, huis, huisvesting, onderkomen, studio, woning, woongelegenheid
geslacht (zn) :
afkomst, familie, genus, huis, maagschap, ras, sibbe, slag, soort, stam, stamhuis
thuis (zn) :
domicilie, haardstede, honk, huis, tehuis, woning, woonplaats
familie (zn) :
gezin, huis, huisgezin, huishouden, huishouding
onderdak (zn) :
huis, onderkomen, woning
pand (zn) :
gebouw, huis, perceel
perceel (zn) :
gebouw, huis, pand
home (zn) :
huis, tehuis

woordverbanden van ‘huis’ grafisch weergegeven

zie ook:
hui, huis van bewaring, in huis, koninklijk huis

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0059 c