instelling

als woordenboektrefwoord:

instelling:
v. (-en), inrichting; vaststelling ; stichting, gesticht.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

instelling (zn):
afstelling, afstemming, belangenorganisatie, belangenvereniging, bourgeoisie, denkwijs, denkwijze, etablissement, opzetting, spirit, sportbond
instelling (zn):
dienst, genootschap, gesticht, inrichting, instantie, instituut, lichaam, orgaan, organisatie, stichting
instelling (zn):
attitude, geesteshouding, gezindheid, houding, ingesteldheid, mentaliteit, standpunt
instelling (zn):
invoering, oprichting, vaststelling
instelling (zn):
ordinantie, statuut, verordening

als synoniem van een ander trefwoord:

standpunt (zn) :
bewering, convictie, denkbeeld, gedachte, gevoelen, gezichtspunt, gezindheid, houding, ingesteldheid, instelling, inzicht, mening, oogpunt, oordeel, opinie, opstelling, optie, opvatting, overtuiging, perspectief, platform, positie, stelling, stellingname, uitgangspunt, visie, zienswijze
houding (zn) :
allure, attitude, gedrag, gedraging, gedragslijn, gesteldheid, habitus, handelwijze, ingesteldheid, instelling, manieren, mentaliteit, opstelling, optreden, standpunt, stijl, tournure
organisatie (zn) :
behandeling, compositie, instelling, opzet, ordening, regeling, rangschikking, samenstelling, schikking, stelsel, structurering, structuur, systeem, vorming
lichaam (zn) :
apparaat, college, corps, genootschap, instantie, instelling, maatschappij, orgaan, organisatieorganisme, stichting, vereniging
dienst (zn) :
afdeling, agentuur, bureau, bureel, diensttak, inrichting, instelling, instituut, kantoor, organisatie, overheidsinstantie
instantie (zn) :
afdeling, apparaat, autoriteit, bureau, instelling, lichaam, macht, orgaan, organisatie
mentaliteit (zn) :
denkwijs, denkwijze, geestesgesteldheid, geesteshouding, houding, instelling, spirit
geestesgesteldheid (zn) :
geestestoestand, houding, instelling, mentaliteit, zielsgesteldheid
bureau (zn) :
bureel, dienst, instelling, kantoor, politiebureau
instituut (zn) :
centrum, genootschap, instelling, kostschool
ethos (zn) :
instelling, levenshouding, mentaliteit
inrichting (zn) :
centrum, gesticht, instelling, tehuis
gezindheid (zn) :
houding, instelling, mentaliteit
moraal (zn) :
instelling, karakter, moreel
orgaan (zn) :
instelling, lichaam
configuratie (zn) :
instelling
fabriek (zn) :
instelling

woordverbanden van ‘instelling’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bevel, last, order, eis, wenk, gebod, besluit, wet, instelling, statuut, reglement, ordonnantie

BEVEL, LAST, ORDER, EISCH, WENK, GEBOD, BESLUIT, WET, INSTELLING, STATUUT, REGLEMENT, ORDONNANTIE

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 167.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0035 c