leuteren

als woordenboektrefwoord:

leuteren:
(geleuterd), kletsen, zeuren.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

leuteren (ww):
bazelen, kletsen, revelen, wauwelen, zaniken, zwammen
leuteren (ww):
peuteren, wurmen
leuteren (ww):
wiebelen

als synoniem van een ander trefwoord:

zaniken (ww) :
dreinen, drenzen, emmeren, jengelen, kutkammen, leuteren, malen, meieren, mekkeren, melken, teuten, zagen, zeiken, zemelen, zeuren, zeveren, ziegezagen
kletsen (ww) :
bazelen, beuzelen, dazen, leuteren, lullen, onzin verkopen, raaskallen, razen, wauwelen, zeveren, zwammen, zwetsen
ouwehoeren (ww) :
bazelen, beuzelen, dazen, kletsen, kwebbelen, leuteren, lullen, wauwelen, zaniken, zemelen, zwammen, zwetsen
zwammen (ww) :
bazelen, dazen, doorslaan, kletsen, leuteren, neuzelen, oreren, raaskallen, wauwelen, zwatelen, zwetsen
kwebbelen (ww) :
babbelen, kleppen, klessebessen, kletsen, kwekken, leuteren, ouwehoeren, ratelen, snateren, teuten
kwekken (ww) :
kakelen, kleppen, klessebessen, kletsen, kwaken, kwebbelen, leuteren, ouwehoeren, teuten
bazelen (ww) :
beuzelen, ijlen, kletsen, leuteren, onzin praten, raaskallen, wauwelen, zwammen
peuteren (ww) :
koteren, leuteren, morrelen, prutsen, pulken, punniken, wriemelen, wroeten
wauwelen (ww) :
bazelen, dazen, kakelen, kletsen, leuteren, ouwehoeren, zeveren, zwammen
raaskallen (ww) :
bazelen, divageren, doordraven, ijlen, kletsen, leuteren, malen
zwetsen (ww) :
grootspreken, leuteren, opscheppen, opsnijden, snoeven
razen (ww) :
kletsen, leuteren, raaskallen

woordverbanden van ‘leuteren’ grafisch weergegeven

zie ook:
leuter

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0091 c