Hoeveel woorden ken je?


   

lid

in het woordenboek zijn voor lid 2 omschrijvingen gevonden:

lid, o. (leden), gewricht; lichaamsdeel; medelid van een. vereniging; stengeldeel tussen twee knopen (bij grassen).
lid, o. (leden), deksel.

lid is 9 maal gevonden als trefwoord:

lid (zn): fallus, geslacht, geslachtsdeel, geslachtsorgaan, jongeheer, leuter, lul, penis, piel, piemel, pik, plasser, roede, snikkel
lid (zn): gedeelte, geleding, onderdeel
lid (zn): groepslid, verenigingslid
lid (zn): deel, paragraaf, part, punt
lid (zn): verwantschapsgraad
lid (zn): gelid, gewricht
lid (zn): deksel, dop
lid (zn): abonnee
lid (zn): ooglid

lid is 7 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

piemel (zn) : fallus, fluit, geslacht, geslachtsapparaat, geslachtsdeel, geslachtsorgaan, jongeheer, leuter, lid, lul, mannelijk lid, opper, opperwachtmeester, paal, penis, piel, pik, pisser, plasser, potlood, prik, roe, roede, sannie, snikkel, stijve, tamp, tampeloeres, zwengel
lul (zn) : fallus, fluit, fluit, geslacht, geslachtsdeel, geslachtsorgaan, jongeheer, leuter, lid, mannelijk lid, paal, penis, piel, piemel, pik, pisser, plasser, prik, rampetamp, roe, roede, sanne, sannie, snikkel, stijve, tamp, tampeloeres, zwengel
penis (zn) : deel, fallus, fluit, jongeheer, leuter, lid, lul, mannelijk lid, paal, piel, pielemuis, piemel, piet, pik, pisser, potlood, plasser, rampetamp, roe, roede, sannie, sergeant-majoor, snikkel, stijve, tamp, tampeloeres, zwengel
onderdeel (zn) : afdeling, constituent, deel, divisie, gedeelte, lid, punt, sectie, tak, vertakking
bondgenoot (zn) : geallieerde, helper, lid, medestander, medestrijder
geleding (zn) : deel, lid, onderdeel
deel (zn) : geslacht, lid

woordverbanden van ‘lid’ grafisch weergegeven

lid komt 2 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: deel, lid.

Deel — lid. Beide woorden duiden een grooter of kleiner gedeelte van een geheel aan. Deel drukt alleen de betrekking tot het geheel uit. Onder lid verstaat men een afgerond deel van een grooter geheel, dat op zichzelf een geheel is, of waaraan eene bepaalde taak is toegewezen, dat het geheel dus zijne functiën helpt verrichten, maar dat tot op zekere hoogte ook eigen bestaan kan hebben. Men spreekt van een lichaamsdeel en men zegt geen lid van zijn lichaam dat niet rilde. Lid wordt bij uitbreiding gezegd van personen, die deel uitmaken eener vergadering: de Leden der Staten-Generaal.

In hedendaagse spelling: deksel, klep, lid, stop.

Deksel — klep — lid — stop. Hetgeen dient om de opening van een voorwerp dicht te maken. Een deksel kan in den regel van een voorwerp worden afgericht; eene klep, een lid is er door een scharnier of op eene andere wijze aan bevestigd; eene stop wordt in de opening gestoken. Het deksel van eene pan, een vat, eene doos. Het lid van eene kan. Die het onderste uit de kan wil hebben, krijgt het lid op den neus. De klep van een bierglas, van een zak. De stop van eene flesch, eene karaf. Lid raakt echter in onbruik.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

lid is 3 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: klap, klep, deksel, lid, stop.
KLAP, KLEP, DEKSEL, LID, STOP.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 309.

In hedendaagse spelling: lid, lichaamsdeel.
LID, LIGCHAAMSDEEL.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 366.

In hedendaagse spelling: lidmaat, ledemaat, lid, medelid.
LIDMAAT, LEDEMAAT, LID, MEDELID.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 367.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

lid komt voor in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

lid compleet, geheel, heel, totaal, volledig, voluit

Zie ook: lid zijn van, mannelijk lid.


Zoeken op lid bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden.

Woordenboeken: WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Lid vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.0087261199951172 c