lieftallig

als woordenboektrefwoord:

lieftallig:
bn. bw. (-er, -st), bevallig, aangenaam.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

lieftallig (bn):
aanminnig, bekoorlijk, bevallig, liefelijk
lieftallig (bn):
grazioso

als synoniem van een ander trefwoord:

vriendelijk (bn) :
aangenaam, aardig, amicaal, aimabel, attent, behulpzaam, beleefd, beminnelijk, bereidwillig, beschaafd, gemoedelijk, genadig, genegen, goedaardig, goedgunstig, goedhartig, goedig, goelijk, hartelijk, herderlijk, innemend, inschikkelijk, lankmoedig, lief, lieftallig, minnelijk, ongedwongen, prettig, toegenegen, toeschietelijk, vaderlijk, voorkomend, vriendschappelijk, vrolijk, welgemeend, welwillend, zacht
bekoorlijk (bn) :
aanlokkelijk, aantrekkelijk, alleraardigst, allerliefst, attractief, bekorend, betoverend, bevallig, charmant, gracieus, heerlijk, innemend, lief, liefelijk, lieflijk, lieftallig, prettig, ravissant, snoeperig, snoepig, snoezig, verleidelijk, verrukkelijk
innemend (bn) :
aangenaam, aanlokkelijk, aantrekkelijk, aardig, behaaglijk, bekoorlijk, beminnelijk, bevallig, charmant, geschikt, gracieus, hups, lieflijk, lieftallig, minzaam, plezierig, sympathiek, vriendelijk, welwillend
charmant (bn) :
aantrekkelijk, bekoorlijk, bevallig, gracieus, innemend, lieflijk, lieftallig, plezierig, voorkomend, vriendelijk
bevallig (bn) :
aangenaam, bekoorlijk, elegant, goedgevormd, gracieus, knap, lief, liefelijk, lieftallig, mooi, sierlijk
beminnelijk (bn) :
aardig, aimabel, goedgunstig, innemend, lief, lieftallig, minzaam, sympathiek, vriendelijk, welwillend
liefelijk (bn) :
bekoorlijk, bevallig, lieflijk, lieftallig, zachtaardig, zoet
grazioso (bn) :
bevallig, lieftallig

woordverbanden van ‘lieftallig’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
aanminnig, aantrekkelijk, aanvallig, aardig, bekoorlijk, beminnelijk, innemend, lief, liefelijk, lieftallig, snoeperig

Aanminnig — aantrekkelijk — aanvallig — aardig — bekoorlijk — beminnelijk — innemend — lief — liefelijk — lieftallig — snoeperig. Alle drukken uit, dat door de hoedanigheid van een persoon of zaak een aangename indruk wordt gemaakt, welgevalligheid wordt opgewekt. Aanminnig is wat liefde wekt; het wijst vooral op datgene van het uiterlijk, waardoor zich het innerlijke openbaart. Een aanminnig gelaat. Aanminnige oogen. Aanvallig is dat, wat door liefelijke hoedanigheden een aangenamen indruk maakt, wat bevalt of behaagt; doch het wordt meer van kinderen en wat aan kinderen eigen is, gezegd. Een aanvallig kind trekt ons aan. Aantrekkelijk is geschikt om tot zich te trekken; het wordt niet alleen van personen, maar ook van zaken, hoedanigheden enz. gezegd. Een mensch aantrekkelijk, geestig, goed (Beets). Dit alles maakte de veemarkt daar zeer aantrekkelijk voor de vreemde vee-koopers. Bekoorlijk stelt meer het aanlokkelijke, het de zinnen aantrekkende, op den voorgrond. Een bekoorlijk meisje. Een bekoorlijk plekje. Waar van het bekoorlijke en lieftallige van jonge meisjes sprake is kan in gemeenzamen stijl ook snoeperig gebruikt worden. Liefelijk wordt gebezigd van hetgeen eenigszins teedere gewaarwordingen teweegbrengt. Eene liefelijke melodie. Een liefelijk tooneeltje. Lieftallig of lieftalig (vgl. Noord en Zuid 10, 185) wordt gebruikt van vrouwen, meisjes en kinderen, die aangename manieren en een behaaglijk voorkomen bezitten. Innemend wordt vooral van iemands uiterlijk en manieren gezegd, wanneer deze een gunstigen indruk geven van den geheelen persoon. Innemende manieren; een innemend gezicht. Beminnelijk heeft eene ruimere beteekenis; het ziet vooral op het innerlijk en geeft te kennen, dat iemand in alle opzichten verdient bemind te worden. Een beminnelijk mensch. Een beminnelijk karakter. Door dichters wordt hiervoor ook minnelijk gebruikt. Lief en aardig hebben de ruimste beteekenis en worden van alles gezegd, wat maar een aangenamen indruk maakt. Van personen gezegd, wordt lief meestal gebruikt van iemand met een zacht, vriendelijk karakter, terwijl men bij aardig meer denkt aan vroolijkheid en opgeruimdheid.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
vriendelijk, gemeenzaam, minzaam, minnelijk, aanminnig, lieftallig, aanvallig, innemend, vertederend, kluisterend

VRIENDELIJK, GEMEENZAAM, MINZAAM, MINNELIJK, AANMINNIG, LIEFTALLIG, AANVALLIG, INNEMEND, VERTEEDEREND, KLUISTEREND

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 164.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0032 c