ontstentenis

als woordenboektrefwoord:

ontstentenis:
v. niet aanwezig zijn; gemis.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

afwezigheid (zn) :
absenteïsme, absentie, forfait, ontbreken, ontstentenis, verstek, verzuim
gemis (zn) :
derving, gebrek, leemte, mankement, ontstentenis, tekortkoming, verlies
absentie (zn) :
absence, afwezendheid, afwezigheid, ontstentenis, verstek
gebrek (zn) :
afwezigheid, ontstentenis, uitblijven

woordverbanden van ‘ontstentenis’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
afwezigheid, afwezendheid, afwezen, afzijn, ontstentenis

Afwezigheid — afwezendheid — afwezen — afzijn — ontstentenis. Het niet zijn op de plaats, waar men kon verwacht worden te zijn. Tusschen afwezigheid en afwezendheid is hetzelfde verschil als tusschen afwezig en afwezend, doch afwezendheid is minder in gebruik en wordt veelal vervangen door afwezen. Afwezen veronderstelt dat men niet tegenwoordig is, waar eene handeling plaats heeft, tot welker voltrekking men mede had moeten werken; het heeft de bijgedachte dat het niet tegenwoordig zijn een gemis doet ontstaan, dat óf door den afwezende óf door het gezelschap, waar hij niet tegenwoordig is, wordt gevoeld. Terwijl afwezigheid het niet ter plaatse, doch elders vertoeven uitdrukt, geeft ontstentenis het geheel ontbreken, het niet zijn aan. Afzijn wordt thans meer dan vroeger voor afwezen gebruikt. Hoewel eigenlijk alleen van personen gebruikelijk, komt het soms voor ten opzichte van zaken, b.v. afzijn van verweerd marmer (Hofdijk), afzijn van eigenschappen (Bosboom — Toussaint). Afwezigheid heeft de ruimste opvatting; de andere woorden, behalve ont stentenis staan in beteekenis gelijk.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
mangel, gebrek, gemis, ontstentenis

MANGEL, GEBREK, GEMIS, ONTSTENTENIS

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 402.

in hedendaagse spelling:
mangel, gemis, ontbering, ontstentenis, derving, nooddruft, nooddrang, nooddwang

MANGEL, GEMIS, ONTBERING, ONTSTENTENIS, DERVING, NOODDRUFT, NOODDRANG, NOODDWANG

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 310.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0057 c