ontzaglijk

als woordenboektrefwoord:

ontzaglijk:
bn. bw. (-er, -st), ontzag inboezemend; in hoge mate.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

ontzaglijk (bn):
enorm, formidabel, geducht, geweldig, groot, groots, immens, kolossaal, onmetelijk, uitgestrekt, verbazend, verschrikkelijk, vreselijk
ontzaglijk (bn):
groots, indrukwekkend, ontzagwekkend

als synoniem van een ander trefwoord:

indrukwekkend (bn) :
aangrijpend, groots, imponerend, imposant, impressief, machtig, majestatisch, majestueus, massaal, monumentaal, ontroerend, ontzaglijk, ontzagwekkend, overweldigend, prestigieus, respectabel, statig, trots
enorm (bn) :
bovenmatig, buitengewoon, daverend, fantastisch, geweldig, gigantisch, immens, kolossaal, ontiegelijk, ontzaglijk, ontzettend, piramidaal, reusachtig, verschrikkelijk, vreselijk
groots (bn) :
fantastisch, fenomenaal, geweldig, grandioos, heerlijk, luisterrijk, magnifiek, ontzaglijk, ontzagwekkend, prachtig, schitterend, subliem
onmetelijk (bn) :
gigantisch, grenzeloos, grondeloos, immens, mateloos, onafzienbaar, onbegrensd, onbeperkt, oneindig, onmeetbaar, onpeilbaar, ontzaglijk
kolossaal (bn) :
buitengewoon, donders, fantastisch, flink, geducht, geweldig, groots, indrukwekkend, machtig, ontzaglijk, royaal, verbazend, verduiveld
verschrikkelijk (bn) :
afschuwelijk, buitengewoon, enorm, geweldig, godsgruwelijk, ontstellend, ontzaglijk, ontzettend, stierlijk, vreselijk, waanzinnig
groot (bn) :
aanzienlijk, dik, flink, fors, hoog, lang, omvangrijk, ontzaglijk, ruim, stevig, veel, wijd
formidabel (bn) :
fantastisch, geducht, geweldig, groots, ontzaglijk, reusachtig, verbazingwekkend
geducht (bn) :
gevreesd, ontzaglijk, ontzagwekkend, schrikwekkend, vervaarlijk
immens (bn) :
enorm, gigantisch, onbegrensd, onmetelijk, ontzaglijk
vreselijk (bw) :
buitengewoon, erg, geducht, geweldig, nameloos, onbeschrijflijk, ontstellend, ontzaglijk, ontzettend, uitermate, uiterst, verdomd, zeer

woordverbanden van ‘ontzaglijk’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
verbrijzelend, verplettend, treffend, benauwend, prangend, knellend, kwellend, grievend, hartdoorborend, schrikbarend, verschrikkelijk, ijselijk, afgrijselijk, vreselijk, gevreesd, geducht, ontzaglijk

VERBRIJZELEND, VERPLETTEND, TREFFEND, BENAAUWEND, PRANGEND, KNELLEND, KWELLEND, GRIEVEND, HARTDOORBOREND, SCHRIKBAREND, VERSCHRIKKELIJK, IJSSELIJK, AFGRIJSSELIJK, VREESSELIJK, GEVREESD, GEDUCHT, ONTZAGGELIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 202.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

ontzaglijk
nietig

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0049 c