onverschillig

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

onverschillig (bn):
apathisch, achteloos, gedesinteresseerd, harteloos, ijskoud, indifferent, flegmatiek, kalm, koel, koud, laconiek, laks, lauw, lusteloos, nonchalant, onachtzaam, onbekommerd, ongeboeid, ongevoelig, ongeïnteresseerd, onoplettend, sloom, slordig, traag, zorgeloos
onverschillig (bn):
onverstoorbaar
onverschillig (bw):
egaal, gelijk, om het even, ongeacht

als synoniem van een ander trefwoord:

slordig (bn) :
achteloos, door elkaar, kladderig, knoeierig, losbandig, lukraak, nalatig, nonchalant, onachtzaam, ongecoördineerd, ongeordend, ongeregeld, onnauwkeurig, onordelijk, onoverzichtelijk, onsecuur, onverschillig, onzorgvuldig, ordeloos, prutserig, rommelig, slodderachtig, slodderig, wanordelijk
lusteloos (bn) :
apathisch, energieloos, futloos, hangerig, indolent, lamlendig, mat, melig, neerslachtig, ongeanimeerd, onverschillig, passief, slap, traag, verdrietig
onbewogen (bn) :
afgestompt, cool, emotieloos, hard, ijskoud, koel, koelbloedig, koud, meedogenloos, onaangedaan, onberoerd, ongevoelig, onverschillig, strak, wreed
nonchalant (bn) :
achteloos, nalatig, onachtzaam, onbekommerd, ongeïnteresseerd, onnauwkeurig, onoplettend, onverschillig, onzorgvuldig, slordig, zorgeloos
laks (bn) :
gemakzuchtig, indolent, langzaam, lauw, lui, nalatig, nonchalant, onverschillig, slof, sloom, traag, vadsig, zorgeloos
zorgeloos (bn) :
achteloos, argeloos, nalatig, nonchalant, onachtzaam, onverschillig, onzorgvuldig, roekeloos, slordig
flegmatiek (bn) :
kalm, koel, koud, onaandoenlijk, onbewogen, ongevoelig, onverschillig, onverstoorbaar, stoïcijns
achteloos (bn) :
nalatig, onachtzaam, onbezonnen, onnauwkeurig, onoplettend, onverschillig, onzorgvuldig, slordig
sloom (bn) :
kalm, laks, langzaam, lijzig, lui, onverschillig, saai, slap, suf, traag, vervelend
apathisch (bn) :
futloos, gevoelloos, lusteloos, ongeïnteresseerd, onverschillig, sloom
lauw (bn) :
flauw, flegmatiek, onaangedaan, ongevoelig, onverschillig, slap, zwak
koud (bn) :
harteloos, onaangedaan, onbewogen, onverschillig, onvriendelijk
indifferent (bn) :
lauw, lauwgelovig, lauwhartig, onverschillig
effen (bn) :
egaal, glad, onverschillig, toonloos, vlak
leuk (bn) :
kalm, onverschillig
onbewogen (bn) :
onverschillig
egaal (bn) :
onverschillig
harteloos (bn) :
onverschillig
om het even (bw) :
onverschillig

woordverbanden van ‘onverschillig’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

onverschillig
bevlogen, bezorgd, zorgzaam

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0033 c