Synoniemen.net gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën ("cookies"), onder andere om je een optimale gebruikerservaring te bieden. Dat houdt in dat synoniemen.net het gedrag van bezoekers vastlegt, analyseert en deelt en zo de website beter afstemt op de interesses van de bezoeker. Cookies van Improve Digital, AppNexus kunnen worden gebruikt om advertenties te tonen, gedragsgegevens te delen en artikelen aan te bevelen op synoniemen.net die aansluiten op je interesses.

Lees meer over ons privacy-beleid.

cookies accepteren

cookies niet accepteren


openbaar

als woordenboektrefwoord:

openbaar:
bn. bw. (-der, -st), publiek; openbare vergadering, voor ieder toegankelijk ; openbaar onderwijs, van overheidswege gegeven.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

openbaar (bn):
open en bloot, openlijk, publiekelijk
openbaar (bn):
bekend, openlijk, publiek
openbaar (bn):
algemeen, publiek
openbaar (bn):
van staatswege
openbaar (bn):
notoir

als synoniem van een ander trefwoord:

publiek (bn) :
algemeen, bekend, openbaar, openlijk, publiekelijk
gemeen (bn) :
algemeen, gemeenschappelijk, openbaar, publiek
algemeen (bn) :
gemeenschappelijk, openbaar, publiek
ruchtbaar (bn) :
bekend, openbaar, wereldkundig
openlijk (bn) :
onverholen, openbaar
toegankelijk (bn) :
openbaar
openlijk (bw) :
hardop, in het openbaar, onbedekt, onomwonden, onverholen, open, openbaar, ostensibel, publiekelijk, ronduit, uitgesproken, zichtbaar
notoir (zn) :
openbaar

woordverbanden van ‘openbaar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
openbaar, openlijk

Openbaar — openlijk. Openbaar is datgene, wat iedereen zien of hooren kan, verder hetgeen voor iedereen is, waar iedereen deel aan heeft of hebben kan, eindelijk wat van wege het staats- of gewestelijk gezag bestaat. Openlijk is datgene, wat in het openbaar geschiedt, wat men voor niemand tracht te verbergen. Een openbare bijeenkomst (het tegenovergestelde van een besloten gezelschap). Eene openbare wandelplaats. De openbare meening. Eene openbare school. Openbaar ministerie. Iemand openlijk de waarheid zeggen, openlijk iets verwijten.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
openbaar, openlijk

9. Openbaar — openlijk.

Voor of in het algemeen.

Openbaar is datgene, wat voor ieder open is, waarvan niemand is uitgesloten. Een openbare vergadering; een openbare wandeling. Verder duidt het woord aan, dat iets vanwege de regeering is opgericht of daartoe behoort: een openbare school, een openbare betrekking.

Openlijk wijst aan, dat iets niet in 't geheim geschiedt, dat het dus voor niemand behoeft verborgen te worden. Als gij niet betaalt, zet ik uw naam openlijk in de courant.

Het tegengestelde van openbaar is: particulier, besloten; van openlijk: in 't geheim, bedektelijk.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
openbaar, openlijk

OPENBAAR, OPENLIJK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 59.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

openbaar
bijzonder, particulier, vertrouwelijk
zie ook:
in het openbaar, openbaar bezit, openbaar maken, Openbaar Ministerie, openbaar nutsbedrijf

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0027 c