Hoeveel woorden ken je?


   

pochen

in het woordenboek is voor pochen 1 omschrijving gevonden:

pochen, (gepocht), grootspreken.

pochen is 1 maal gevonden als trefwoord:

pochen (ww): bluffen, brallen, grootspreken, hoog opgeven, koketteren met, ophakken, opscheppen, opsnijden, pralen, pralen, pronken, snoeven, stoffen, te koop lopen met

pochen is 4 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:

bluffen (ww) : blaaskaken, dik doen, geuren, grootspreken, ophakken, opscheppen, opsnijden, pochen, poeha maken, pralen, stoefen
opscheppen (ww) : banjeren, bluffen, grootspreken, ophakken, opsnijden, pochen, snoeven, stoefen
stoefen (ww) : bluffen, opscheppen, opsnijden, pochen, snoeven, stoffen
pralen (ww) : bluffen, opscheppen, pochen, pronken, stoefen

woordverbanden van ‘pochen’ grafisch weergegeven

pochen komt 1 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

In hedendaagse spelling: opsnijden, pochen, snoeven.

Opsnijden — pochen — snoeven. Hoog en breed van iets opgeven. Opsnijden is stoute verhalen doen met het doel om indruk te maken, verbazing te wekken, b.v. over avonturen en ontmoetingen die men gehad heeft; het wordt alleen in zeer gemeenzamen stijl gebruikt. Aan pochen en snoeven ligt het denkbeeld ten grondslag van pralen met eigen voortreffelijkheid. Hij houdt er van, over zijne reizen op te snijden. Wie op afkomst en titels pocht, reikt zich zelf onbewust het getuigschrift uit van persoonlijke onbeduidendheid.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

pochen is 2 maal gevonden in overige bronnen*:

In hedendaagse spelling: opsnijden, pochen, snoeven, pralen, grootspreken.
OPSNIJDEN, POGCHEN, SNOEVEN, PRALEN, GROOTSPREKEN.
Bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 74.

In hedendaagse spelling: blazen, waaien, stormen, bulderen, brommen, grommen, knorren, ronken, snorren, pochen, stoffen, snoeven, snuiven, niezen, kuchen.
BLAZEN, WAAIJEN, STORMEN, BULDEREN, BROMMEN, GROMMEN, KNORREN, RONKEN, SNORREN, POGCHEN, STOFFEN, SNOEVEN, SNUIVEN, NIEZEN, KUGCHEN.
Bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 82.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.


Zoeken op pochen bij andere sites:

Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek .

Woordenboeken: WNT (i) (ii) (iii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek.

Oorsprong: etymologiebank.

Zinsverband: parafrases - context.

Verwante woorden op basis van syntax, overlap of nabijheid.

Citaten - rijmwoorden.

Pochen vertalen naar het .

Algemeen: Google - Wikipedia.

debug info: 0.011373996734619 c