rust

als woordenboektrefwoord:

rust:
v. bewegingloosheid; kalmte, vrede.
rust:
v. (-en), planken aan het buitenboord bevestigd.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

rust (zn):
gemoedsrust, gerustheid, geruststelling, kalmte, rustigheid, sereniteit, stilheid, stilte, verademing, vrede, vredigheid, zielenrust, zielsrust
rust (zn):
break, evenwicht, halftime, onderbreking, ontspanning, pauze, pauzering, poos, respijt, stilstand, verpozing, windstilte
rust (zn):
bedaardheid, beheerstheid, evenwichtigheid, gelijkmoedigheid, harmonie, otium
rust (zn):
dutje, slaap, slaapje
rust (zn):
pensioen

als synoniem van een ander trefwoord:

stilte (zn) :
bedaardheid, geluidloosheid, gerustheid, geslotenheid, kalmte, onmededeelzaamheid, rust, sereniteit, stilheid, stilzwijgen, stilzwijgendheid, vrede, vredigheid, zwijgen, zwijgzaamheid
harmonie (zn) :
concordantie, eendracht, eenheid, eenparigheid, eensgezindheid, eenstemmigheid, enigheid, evenredigheid, evenwichtigheid, gelijkheid, overeenkomst, overeenstemming, rust
pauze (zn) :
break, onderbreking, pauzering, rust, rustpauze, rustpoos, rustpunt, schaft, stop, tussenpoos
respijt (zn) :
adempauze, onderbreking, oponthoud, opschorting, rust, schorsing, verlet, verwijl
ontspanning (zn) :
dolce far niente, relax, relaxatie, rust, verpozing, verslapping
slaap (zn) :
dutje, maf, middagslaapje, nachtrust, rust, slaapje, vaak
orde (zn) :
discipline, netheid, norm, regelmaat, rust, tucht
break (zn) :
onderbreking, pauze, rust
stop (zn) :
onderbreking, pauze, rust
kalmte (zn) :
rust, sereniteit, stilte
vrije tijd (zn) :
ledigheid, rust, vrijaf
vrede (zn) :
harmonie, kalmte, rust
poos (zn) :
pauze, rust, rusttijd
gemak (zn) :
bedaardheid, rust
bezinning (zn) :
inkeer, rust

woordverbanden van ‘rust’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
rust, stilte

204. Rust — stilte.

Zonder beweging of geluid.

Rust is de toestand, die intreedt, als een beweging of werking ophoudt; stilte is de toestand na 't ophouden van een heftige, van geluiden vergezeld gaande beweging, of wel: de afwezigheid van elk geluid. Vergelijk: Een welverdiende rust. Een rollend lichaam komt eindelijk tot rust. De stilte na den storm. De stilte des grafs (des doods).

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

rust
commotie, herrie, inspanning, kabaal, lawaai, leven, moeite, onrust, paniek, rumoer

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0036 c