schommelen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

schommelen (ww):
bengelen, deinen, heen en weer gaan, schokken, schudden, slingeren, waggelen, wankelen, wiebelen, wiegelen, wiegen, zwaaien
schommelen (ww):
fluctueren, golven, op en neer gaan, wisselen
schommelen (ww):
waggelen

als synoniem van een ander trefwoord:

slingeren (ww) :
bengelen, bungelen, schommelen, slieren, traineren, waggelen, wapperen, wiebelen, zwaaien
schudden (ww) :
beven, heen en weer bewegen, horten, schokken, schommelen, stoten, vibreren
schokken (ww) :
hobbelen, horten, hotsen, schommelen, schudden, snokken, stoten
sukkelen (ww) :
dompelen, kwakkelen, kwijnen, laboreren, schommelen
zwaaien (ww) :
schommelen, slingeren, waaien, wiegen, zwieren
wankelen (ww) :
schommelen, tuitelen, wiebelen
fluctueren (ww) :
golven, schommelen, wisselen
wiegelen (ww) :
deinen, schommelen
golven (ww) :
deinen, schommelen

woordverbanden van ‘schommelen’ grafisch weergegeven

zie ook:
schommel

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0133 c