slot

als woordenboektrefwoord:

slot:
o. (-en), toestel tot sluiting.
slot:
o. (-en), kasteel, sterkte.
slot:
o. einde, besluit.
slot:
o. (-en), saldo.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

slot (zn):
afloop, afsluiting, beëindiging, besluit, eind, einde, finale, slotscène, slotstuk, sluiting, uiteinde, voleinding, voleindiging
slot (zn):
cijferslot, contactslot, fietsslot, grendel, hangslot, kabelslot, kettingslot, knip, lipsslot, schuif, slootje, slotje, sluiting
slot (zn):
burcht, burg, kasteel, palts
slot (zn):
naspel, nazang, postludium
slot (zn):
eindcijfer, saldo
slot (zn):
samenhang
slot (zn):
uitkomst

als synoniem van een ander trefwoord:

uitkomst (zn) :
afloop, bevinding, conclusie, effect, eind, einde, facit, gevolg, oplossing, output, rendement, resultaat, slot, slotsom, totaal, uitslag, uitvloeisel, uitwerking, voortvloeisel, vrucht, werkzaamheid
einde (zn) :
afloop, afsluiting, besluit, beëindiging, eind, ontknoping, slot, sluiting, uitkomst, voleindiging, voleinding
besluit (zn) :
afronding, afsluiting, beëindiging, einde, finale, slot, slotscène, slotstuk, sluitstuk
samenhang (zn) :
context, perspectief, relatie, setting, slot, verband, verbinding, verwantschap
burcht (zn) :
bolwerk, burg, kashba, kasteel, paragoge, ridderslot, slot, sterkte
eind (zn) :
afloop, einde, laatste, resultaat, slot, uiterste, uitkomst
apotheose (zn) :
hoogtepunt, ontknoping, slot, slotscène, slottafereel
afloop (zn) :
einde, resultaat, slot, slotsom, uiteinde, uitkomst
vergrendeling (zn) :
afgrendeling, blokkade, slot, sluiting
afsluiting (zn) :
afgrendeling, occlusie, slot, sluiting
uiteinde (zn) :
afloop, einde, overlijden, slot
kasteel (zn) :
burcht, chateau, slot, vesting
knip (zn) :
grendel, schuif, slot
sluiting (zn) :
afsluiting, slot

woordverbanden van ‘slot’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
besluit, einde, slot, afloop

Besluit — einde — slot — afloop. Het laatste gedeelte eener zaak of handeling. Einde is het allerlaatste gedeelte van iets in het algemeen, slot het einde van een afgewerkt geheel. Men zegt dus het slot van een brief, maar het einde van een bladzijde. Van een boek gebruikt men zoowel einde als slot. Eigenlijk eindigt het boek op de laatste bladzijde, en vormt de laatste volzin het slot. Besluit is de daad van besluiten, van eindigen. Men kan dus wel van het besluit eener redevoering spreken, omdat men zich den spreker als het ware nog sprekend voorstelt. Tot besluit maakte de spreker door eenige proeven het gesprokene voor iedereen duidelijk. Afloop is wel synoniem met einde, doch minder met de beide andere woorden. Het wordt gebruikt voor het einde eener handeling, of van hetgeen als zoodanig gedacht wordt. De afloop van het proces, van eene ziekte, enz. Na afloop der vergadering, van de voorstelling. In dergelijke uitdrukkingen is het gebruikelijker dan einde; altijd echter na het einde en niet na den afloop der preek.

in hedendaagse spelling:
burg, burcht, kasteel, slot

Burg — burcht — kasteel — slot. Alle duiden eigenlijk eene versterkte woning van een edelman in de middeleeuwen aan, waaromheen langzamerhand vlekken (burgen, Fr. bourgs, Eng. boroughs) ontstonden, wier bewoners bij ons den naam van burgers kregen. Burg, burcht, slot zijn Germaansche woorden, kasteel is de aan het Latijn ontleende benaming van zulke versterkte woningen. Kasteel, oorspronkelijk eene versterkte legerplaats, kreeg later de beteekenis van eene sterkte; soms werd deze in of dicht, bij eene stad opgericht om de burgerij in toom te houden, zooals het kasteel Vredenburg te Utrecht, het kasteel van Antwerpen. Thans is kasteel het meest gewone woord; in samenstellingen zijn slot en burcht meer gebruikelijk: slottuin, burchtheer.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
slot, einde

54. Slot einde.

Het laatste gedeelte van een zaak of handeling.

Einde ziet op het punt, waar iets ophoudt; slot onderstelt het laatste deel van een geordend en afgewerkt geheel. Een laan heeft wel een einde, maar geen slot; daarentegen heeft een brief wel een slot, doordat de brief een geordend en afgewerkt geheel is. Zoo zegt men: het einde van de bladzijde, niet het slot. Van een boek kunnen beide woorden gebruikt worden; het einde vindt men na den laatsten regel, het slot ziet op de laatste zinnen: Dat boek bevat een pakkend slot. Ik las dit boek van het begin tot het einde, maar kon het bewuste woord niet vinden. Einde is dus het tegengestelde van begin.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
besluit, einde, slot

BESLUIT, EINDE, SLOT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 314.

in hedendaagse spelling:
burg, burgt, kasteel, slot

BURG, BURGT, KASTEEL, SLOT

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 424.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

slot
aanvang, begin, start
zie ook:
tot slot

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0054 c