sporadisch

als woordenboektrefwoord:

sporadisch:
bn. bw. verstrooid ; buiten verband : zeer zelden.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

sporadisch (bn):
af en toe, incidenteel, schaars, weinig, zelden, zeldzaam
sporadisch (bn):
verstrooid

als synoniem van een ander trefwoord:

zeldzaam (bn) :
infrequent, schaars, sporadisch, weinig voorkomend
af en toe (bw) :
bij gelegenheid, bij tijd en wijle, bij tussenpozen, bij wijlen, een enkele keer, een enkele maal, incidenteel, occasioneel, soms, somtijds, sporadisch, van tijd tot tijd, zo nu en dan
incidenteel (bw) :
af en toe, bij tijden, een enkele keer, nu en dan, sporadisch, zo nu en dan
zelden (bw) :
bijna nooit, hoogstzelden, niet vaak, sporadisch, weinig
schaars (bw) :
spaarzaam, sporadisch, zelden

woordverbanden van ‘sporadisch’ grafisch weergegeven

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

sporadisch
dikwijls, vaak, veel, veelvuldig

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0038 c