stamelen

als woordenboektrefwoord:

stamelen:
(gestameld), gebrekkig, hakkelend spreken.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

haperen (ww) :
aarzelen, hakkelen, hokken, horten, mankeren, schelen, schorten, stamelen, stokken, stoten, weifelen
hakkelen (ww) :
brabbelen, haperen, knoeien, stamelen, stotteren
frazelen (ww) :
brabbelen, stamelen
stotteren (ww) :
hakkelen, stamelen

woordverbanden van ‘stamelen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
hakkelen, stamelen, stameren, stotteren

Hakkelen — stamelen — stameren — stotteren. Hakkelen is niet vloeiend, niet vlug spreken, omdat men te snel spreekt, of omdat de woorden niet gauw genoeg toestroomen; stotteren of stamelen is gebrekkig spreken ten gevolge van een gebrek in de spraakorganen. In fig. zin wordt meestal stamelen gebruikt. Hij stamelde een woord van dank. Stameren is gebrekkig spreken te gevolge van gebrek aan oefening. Een kind stamert de eerste klanken.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
hakkelen, stamelen, stotteren

HAKKELEN, STAMELEN, STOTTEREN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 231.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0131 c