toen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

toen (ww):
daarna, dan, destijds, hierna, toenmaals, toentertijd, vervolgens
toen (ww):
als, terwijl, wanneer

als synoniem van een ander trefwoord:

terwijl (vw) :
toen, wanneer
als (vw) :
toen
vroeger (zn) :
eerst, eertijds, indertijd, tempo doeloe, toen, weleer
wanneer (zn) :
toen
dan (ww) :
destijds, toen, toenmaals
destijds (bw) :
indertijd, toen, toentertijd

woordverbanden van ‘toen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
als, toen

Als — toen. Deze tijdaanduidende voegwoorden verschillen in zoover, dat als op de toekomst, toen op het verleden betrekking heeft. Als gij komt, zal ik u de zaak meedeelen. Toen hij kwam, was het reeds te laat. (Af te keuren, als verouderd, is het gebruik van als met betrekking tot het verledene, wat intusschen bij goede schrijvers wel eens voorkomt. „Ik was bezig mij te verlustigen in het denkbeeld, hoe goed alles bij mijn oom in de verf was, als de "plaatsdeur openging en Keesje verscheen")

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

toen
nou, nu

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0054 c