troosten

als woordenboektrefwoord:

troosten:
(troostte, getroost), bemoedigen ; tot berusting brengen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

troosten (ww):
bemoedigen, opbeuren, opmonteren
troosten (ww):
sterken, steunen

als synoniem van een ander trefwoord:

bemoedigen (ww) :
aanmoedigen, aansporen, aanzetten, animeren, moed inspreken, opbeuren, oppeppen, sterken, troosten
opbeuren (ww) :
bemoedigen, opfleuren, opkikkeren, opmonteren, opvrolijken, troosten, verkwikken, vertroosten
geruststellen (zn) :
troosten

woordverbanden van ‘troosten’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
opbeuren, troosten

189. Opbeuren — troosten.

Opnieuw moed en vertrouwen inboezemen.

Troosten is het geleden verlies helpen verlichten en vertrouwen op de toekomst opwekken; opbeuren (omhoog heffen): een door diepe droefheid terneergeslagen gemoed met nieuwen levensmoed bezielen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
troost

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0039 c