zoekspoor: ... → achter de rug → verontrusting → gul → in overvloed → bijgewerkt → uit.
uit
uit is 5 maal gevonden als trefwoord:
| uit (bn): | af, afgelopen, fini, gedaan, geëindigd, klaar, op, over, uitgelezen, voorbij |
| uit (bn): | buiten, niet thuis, op pad |
| uit (bn): | bedacht, op zoek naar |
| uit (bn): | van, vanuit |
| uit (bn): | ex |
uit is 8 maal gevonden als synoniem van een ander trefwoord:
| gedaan (bn) : | af, afgedaan, afgehandeld, afgelopen, einde verhaal, fini, finito, gepiept, klaar, over en uit, schluss, uit, verleden tijd, voor elkaar, voorbij |
| klaar (bn) : | af, afgehandeld, afgelopen, bereid, gedaan, gepiept, gereed, op, paraat, ready, rond, uit, voltooid, voor elkaar, voor mekaar, voorbereid, voorbij |
| voorbij (bn) : | achter de rug, afgedaan, afgelopen, gedaan, geleden, gepasseerd, geëindigd, klaar, om, over, passé, uit, vergaan, verlopen, verloren |
| afgelopen (bn) : | af, afgedaan, fini, gedaan, klaar, op, uit, verleden, verlopen, verstreken, voltooid, voorbij |
| passé (bn) : | achterhaald, afgedaan, ouderwets, uit, verouderd, voorbij |
| af (bn) : | gedaan, gereed, klaar, uit, voltooid |
| afwezig (bn) : | absent, elders, uit, weg, zoek |
| buiten (bw) : | buitenshuis, eruit, uit |
woordverbanden van ‘uit’ grafisch weergegeven
uit komt 1 maal voor in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:
In hedendaagse spelling: buiten, uit.
Buiten — uit. Uit geeft eene beweging te kennen, waarbij men bet binnenste van een voorwerp verlaat, buiten drukt het tegenovergestelde van binnen uit, en is onafhankelijk van rust of beweging. Uit de stad gaan. Buiten de stad wonen. Uit logeeren gaan. Buitenshuis zijn werk hebben.
* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.
uit komt voor in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):
| uit ≠ | aan, in |
Zie ook: de deur uit, ontspruiten uit, ontstaan uit, over en uit, resulteren uit, stammen uit, uit bed, uit de hand lopen, uit de hoogte, uit de kunst, uit de mode, uit de school klappen, uit de tijd, uit de toon, uit de weg gaan, uit de weg ruimen, uit de wind, uit den boze, uit eigen beweging, uit elkaar gaan, uit elkaar spatten, uit eten gaan, uit kracht van, uit moedwil, uit naam van, uit te houden, uit volle borst, uit zichzelf, uit zijn humeur, uit zijn vel springen, veeg uit de pan, volgen uit, voortkomen uit, voortspruiten uit, voortvloeien uit.
Zoeken op uit bij andere sites:
Synoniemen-sites: Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek .
Woordenboeken: Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - Muiswerk - puzzelwoordenboek.
0.327378034592










