voegen

als woordenboektrefwoord:

voegen:
(gevoegd), passen, betamen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

voegen (ww):
bijsluiten
voegen (ww):
betamen
voegen (ww):
passen

als synoniem van een ander trefwoord:

verbinden (ww) :
aaneenschakelen, aaneensluiten, aaneenvoegen, aanhechten, aansluiten, associëren, binden, breien, bundelen, combineren, conjugeren, engageren, hechten, koppelen, lassen, liëren, paren, samenbinden, samenbundelen, samenvatten, samenvoegen, schakelen, vasthechten, vastmaken, vastzetten, verenen, verenigen, voegen
plaatsen (ww) :
aanbrengen, deponeren, inpassen, installeren, leggen, neerleggen, neerzetten, opstellen, planten, positioneren, posteren, schikken, stallen, stationeren, steken, stellen, stoppen, voegen, zetten
koppelen (ww) :
aaneenknopen, aaneenschakelen, aaneensluiten, aanhangen, aansluiten, associëren, lassen, liëren, passen, samenbrengen, samenvoegen, vasthaken, verbinden, verenigen, voegen
assimileren (ww) :
aanpassen, acclimatiseren, accommoderen, conformeren, gewennen, plooien, richten, schikken, voegen, wennen
opstellen (ww) :
groeperen, indelen, inrichten, ordenen, rangschikken, redigeren, scharen, schikken, voegen
scharen (ww) :
aaneensluiten, groeperen, opstellen, rangschikken, verenigen, verzamelen, voegen
conformeren (ww) :
aanpassen, accomoderen, neerleggen bij, plooien, richten, schikken, voegen
passen (ww) :
betamen, conveniëren, horen, schikken, uitkomen, voegen
richten (ww) :
conformeren, plooien, schikken, vervoegen, voegen
uitkomen (ww) :
gelegen komen, passen, schikken, treffen, voegen
schikken (ww) :
aanpassen, conformeren, voegen

woordverbanden van ‘voegen’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
behoren, betamen, passen, voegen

Behooren — betamen — passen — voegen. Het begrip, dat aan al deze woorden gemeen is, is dat van eene verplichting om in zekere omstandigheden op eene aangewezen wijze te handelen. Behooren duidt de reden dier verplichting niet nader aan. Betamen stelt die verplichting voor als een uitvloeisel van ons plichtbesef, als een zedelijk moeten. Passen en roegen beschouwen haar als een gevolg dor omstandigheden. Men behoort te vergeven en te vergeten. Het betaamt ons de wederwaardigheden des levens met onderwerping te dragen. Het voegt mij niet u tegen te spreken. Het is zeer ongepast iemand in de rede te vallen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
behoren, betamen, passen, voegen, welvoeglijk zijn

BEHOOREN, BETAMEN, PASSEN, VOEGEN, WELVOEGELIJK ZIJN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 253.

in hedendaagse spelling:
voegen, vlijen, betamen

VOEGEN, VLIJEN, BETAMEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 271.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
voeg, zich voegen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0063 c