zwier

als woordenboektrefwoord:

zwier:
m. opschik.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zwier (zn):
cachet, elegantie, gratie, sierlijkheid, zwierigheid
zwier (zn):
élégance, opschik, schwung, tooi
zwier (zn):
draai, krul, zwaai, zwenk, zwieper
zwier (zn):
boemel, rol

als synoniem van een ander trefwoord:

elan (zn) :
begeestering, bevlieging, bezieling, enthousiasme, flair, gedrevenheid, geestdrift, gloed, ijver, impuls, levendigheid, strijdlust, vaart, vervoering, vuur, zwier
elegantie (zn) :
bevalligheid, chic, élégance, gratie, sierlijkheid, zwier, zwierigheid
draai (zn) :
bocht, draaiing, kronkel, ruk, toer, wending, zwaai, zwenking, zwier
zwaai (zn) :
schommeling, slinger, zwenk, zwenking, zwieper, zwier
losheid (zn) :
gemakkelijkheid, zwier
panache (zn) :
bravoure, zwier

woordverbanden van ‘zwier’ grafisch weergegeven

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0027 c