Nederlandse synoniemen voor 'vast'

vast (bn):
gevestigd(fr) Qui a de la consistance, de la dureté.., hecht(fr) Qui a de la consistance, de la dureté.., solide(en) in the solid state., stevig(fr) Qui a de la consistance, de la dureté.., zwaar(en) in the solid state.

vast (bw):
gevestigd(es) ?., hecht(es) ?., stevig(es) ?., zeker(en) certainly, undoubtedly., zeker weten(en) certainly, undoubtedly.

vast (interjection):
tuurlijk(en) sarcasm to express disbelief.
(en) interjection.
, ja hoor(en) sarcasm to express disbelief.

cached Via: WikiWoordenboek