hangen

als woordenboektrefwoord:

hangen:
(hing, gehangen) ; de zaak is nog hangende, nog niet afgedaan.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

hangen (ww) :
kleven, hechten, gehecht zijn, vastzitten, steken
hangen (ww) :
rondhangen, hangerig zijn, drenzen
hangen (ww) :
haken, verlangen
hangen (ww) :
ophangen, worgen
hangen (ww) :
zweven, drijven
hangen (ww) :
afhangen

als synoniem van een ander trefwoord:

treuzelen (ww) :
hangen, draaien, dralen, teuten, dreutelen, traineren, talmen, sammelen
slampampen (ww) :
luieren, hangen, leeglopen, rondhangen, lummelen, nietsnutten
slobberen (ww) :
hangen, wapperen, flodderen, slodderen
hechten (ww) :
hangen, gehecht zijn, verknocht zijn
plakken (ww) :
hangen, treuzelen, zitten
vallen (ww) :
passen, hangen, zitten
zitten (ww) :
hangen, gezeten zijn
ophangen (ww) :
hangen, uithangen
ophangen (ww) :
hangen, opknopen
zweven (ww) :
hangen, waren
leunen (ww) :
hangen

woordverbanden van ‘hangen’ grafisch weergegeven

woorden met een verwante vorm:

zie ook:

bij andere sites:

synoniemen-sites:
algemene woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband en voorbeeldzinnen:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0021 c

Dankzij donaties zie je op deze en volgende pagina's geen advertenties.

Wist je dat synoniemen.net een eenmansproject is? Door te doneren help je bij het voortbestaan en om advertenties hier helemaal overbodig te maken.