onwankelbaar

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

onwankelbaar (bn):
onomstotelijk, onveranderlijk, onversaagd, onwrikbaar, rotsvast, standvastig, vast

als synoniem van een ander trefwoord:

vast (bn) :
bestendig, blijvend, compact, consistent, degelijk, duurzaam, fix, geconsolideerd, gevestigd, hecht, immobiel, levenslang, muurvast, onbeweeglijk, onroerend, onveranderlijk, onwankelbaar, permanent, regelmatig, schrap, solide, stabiel, standvastig, stationair, stevig, voorgoed, zeker, zelfverzekerd
standvastig (bn) :
bestendig, betrouwbaar, constant, duurzaam, flink, hardnekkig, kalm, onbezweken, onveranderlijk, onverstoorbaar, onverzettelijk, onwankelbaar, onwrikbaar, stabiel, sterk, trouw, vast, vastberaden, vasthoudend, volhardend, volstandig
onveranderlijk (bn) :
bestendig, constant, gelijkmatig, geregeld, invariabel, invariant, non-variant, onherroepelijk, onveranderbaar, onverwisselbaar, onwankelbaar, onwrikbaar, steevast, stereotiep, stereotiep, strak, vast
bestendig (bn) :
aanhoudend, blijvend, constant, duurzaam, eeuwig, gestadig, hecht, houdbaar, onafgebroken, onveranderlijk, onwankelbaar, permanent, stabiel, standvastig, steeds, stilstaand, trouw, vast, voortdurend
onwrikbaar (bn) :
ijzervast, muurvast, onbeweeglijk, onomstootbaar, onomstotelijk, onveranderlijk, onverzettelijk, onwankelbaar, paalvast, rotsvast, standvastig, vast
volhardend (bn) :
aanhoudend, blijvend, doortastend, hardnekkig, obstinaat, onbezweken, onvermoeibaar, onverzettelijk, onwankelbaar, standvastig, taai, vasthoudend
overtuigd (bn) :
onwankelbaar, stellig, zeker
onomstotelijk (bn) :
onwankelbaar
rotsvast (bn) :
onwankelbaar

woordverbanden van ‘onwankelbaar’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bestendig, duurzaam, onveranderlijk, onverzettelijk, onwankelbaar, onwrikbaar, standvastig, vast

Bestendig — duurzaam — onveranderlijk — onverzettelijk — onwankelbaar — onwrikbaar — standvastig — vast. In denzelfden toestand blijvend. Bestendig is hetgeen op dezelfde wijze blijft voortbestaan, wat dus niet gedurig verandert; duurzaam wat vermogen heeft om te blijven bestaan; onveranderlijk wat ook door oorzaken van buiten niet veranderd worden kan. Het weder kan bestendig zijn; een vrede kan duurzaam wezen; God is onveranderlijk. Hij bezit weinig bestendigheid beteekent: hij mist het vermogen om met het aangevangene voort te gaan, of bij zijne zaken te blijven. Vast is wat een sterken samenhang heeft, en dus weinig aan gevaar van verandering bloot staat. Een vast lichaam. Figuurlijk: eene vaste gezondheid, een vast karakter. Vastheid van karakter leidt tot standvastigheid, maar zij ontaardt in onverzettelijkheid, wanneer men aan zijne beginselen en meeningen blijft vasthouden tegen beter weten in. Onwrikbaar, onwankelaar en onverzettelijk, waarvan het laatste woord meestal eene ongunstige beteekenis heeft, worden in den regel overdrachtelijk gebezigd. Onwrikbaar duidt aan, dat iets door geene kracht van buiten kan bewogen of verzet worden. Het is sterker dan onverzettelijk. Dit veronderstelt slechts, dat iets niet verzet kan worden, terwijl onwrikbaar te kennen geeft dat iets zelfs niet door wrikken kan bewogen worden. Onwankelbaar ziet op vastheid van inhoud en goeden grondslag, waaruit de eigenschap ontstaat, dat iets door schokken niet in schommelende beweging kan gebracht worden.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bestendig, duurzaam, onveranderlijk, onverzettelijk, onwankelbaar, onwrikbaar, standvastig, vast, volhardend

BESTENDIG, DUURZAAM, ONVERANDERLIJK, ONVERZETTELIJK, ONWANKELBAAR, ONWRIKBAAR, STANDVASTIG, VAST, VOLHARDEND

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 321.

in hedendaagse spelling:
onwankelbaar, standvastig, volstandig, bestendig, gestadig, gedurig, duurzaam, voortdurend, aanhoudend, onafgebroken, ongestoord, onstoorbaar, onverderfelijk, onverwelkbaar, onvergankelijk

ONWANKELBAAR, STANDVASTIG, VOLSTANDIG, BESTENDIG, GESTADIG, GEDURIG, DUURZAAM, VOORTDUREND, AANHOUDEND, ONAFGEBROKEN, ONGESTOORD, ONSTOORBAAR, ONVERDERFELIJK, ONVERWELKBAAR, ONVERGANKELIJK

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 361.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

onwankelbaar
wankelbaar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0063 c