slaap

als woordenboektrefwoord:

slaap:
m. rust van lichaam en zinnen.
slaap:
m. (slapen), plaats tussen oor en oog.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

slaap (zn):
dutje, maf, middagslaapje, nachtrust, rust, slaapje, vaak

als synoniem van een ander trefwoord:

rust (zn) :
dutje, slaap, slaapje
vaak (zn) :
slaap
maf (bn) :
slaap

woordverbanden van ‘slaap’ grafisch weergegeven

zie ook:
slaap hebben

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT (i) (ii) (iii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c