vroom

als woordenboektrefwoord:

vroom:
bn. bw. (vromer, -st), godsdienstig.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord:

godvrezend (bn) :
devoot, gelovig, godsdienstig, godvruchtig, godzalig, pieus, religieus, vroom
zalvend (bn) :
glad, liefdoend, poeslief, temend, troostend, vleierig, vroom, zoetsappig
gelovig (bn) :
godsdienstig, godvrezend, godvruchtig, religieus, vroom
godsdienstig (bn) :
devoot, gelovig, godvrezend, godvruchtig, kerks, vroom
religieus (bn) :
gelovig, godsdienstig, godvrezend, godvruchtig, vroom
heilig (bn) :
braaf, deugdzaam, godvruchtig, vroom
godvruchtig (bn) :
devoot, vroom

woordverbanden van ‘vroom’ grafisch weergegeven

in Charivarius' Een Ander Woord (1945):

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
deugdzaam, braaf, vroom

Deugdzaam — braaf — vroom. Deugdzaam is degene, die vele deugden bezit; braaf is degene, die zedelijke kracht heeft (oorspronkelijk: die kracht bezit in meer algemeenen zin) die derhalve bewustzijn heeft van zijne verplichting en op wien men zich dus verlaten kan. Vroom (oorspronkelijk: uitstekend, dapper) is hij die uitmunt in de betrachting zijner verplichtingen jegens God; verder in het algemeen die godsdienstig is en vooral door zijne daden hiervan blijk geeft.

in hedendaagse spelling:
godsdienstig, godvrezend, godvruchtig, godzalig, vroom

Godsdienstig — godvreezend — godvruchtig — godzalig — vroom. Godsdienstig is hij, die aan zijn godsdienst hecht, en zijne kerkelijke plichten niet verzuimt. Godvreezend en godvruchtig worden van hem gezegd, die in alles toont eerbied voor God en Gods geboden te hebben. Godzalig drukt hetzelfde uit, doch verbindt hiermede het zalig bewustzijn van Gode welgevallig te handelen; daardoor krijgt het ook de minder gunstige beteekenis van vertoonmakend door groote godsdienstigheid. Ook vroom, eigenlijk uitstekend en verder braaf en godsdienstig, kan deze beteekenis krijgen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dapper, driest, moedig, kloekmoedig, koen, manmoedig, onbevreesd, onverschrokken, onversaagd, stout, stoutmoedig, vroom, wakker

DAPPER, DRIEST, MOEDIG, KLOEKMOEDIG, KOEN, MANMOEDIG, ONBEVREESD, ONVERSCHROKKEN, ONVERSAAGD, STOUT, STOUTMOEDIG, VROOM, WAKKER

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 14.

in hedendaagse spelling:
heilig, rechtvaardig, rechtschapen, oprecht, openhartig, rondborstig, degelijk, deugdzaam, vroom, braaf, kordaat

HEILIG, REGTVAARDIG, REGTSCHAPEN, OPREGT, OPENHARTIG, RONDBORSTIG, DEGELIJK, DEUGDZAAM, VROOM, BRAAF, KORDAAT

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 1, bladzijde 350.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in de lijst met antoniemen (woorden met een tegengestelde betekenis):

vroom
goddeloos

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0033 c