indruk

als woordenboektrefwoord:

indruk:
m. (-ken), werking op het gemoed of op de geest.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

indruk (zn):
beeld, gevoel, idee, impressie, sensatie, suggestie, voorgevoel
indruk (zn):
effect, vertoon, werking
indruk (zn):
afdruk, afdruksel, deuk

als synoniem van een ander trefwoord:

gevoel (zn) :
emotie, ervaring, feeling, gevoeligheid, gewaarwording, idee, impressie, indruk, instinct, intuïtie, sensatie, vermoeden, voorgevoel
beeld (zn) :
beschrijving, idee, indruk, omschrijving, overzicht, representatie, schets, tafereel, voorstelling, weergave
gewaarwording (zn) :
aandoening, beleving, ervaring, gevoel, indruk, ontdekking, perceptie, sensatie
sensatie (zn) :
emotie, ervaring, gevoel, gevoelen, gewaarwording, indruk, prikkel, rilling
idee (zn) :
beeld, impressie, indruk, voorstelling
suggestie (zn) :
idee, illusie, indruk, schijn
impressie (zn) :
gevoel, idee, indruk
deuk (zn) :
bluts, buts, indruk
schijn (zn) :
indruk, vertoon
effect (zn) :
indruk, oog
moet (zn) :
indruk

woordverbanden van ‘indruk’ grafisch weergegeven

zie ook:
eerste indruk, indruk maken, indruk maken op

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0041 c