zicht

als woordenboektrefwoord:

zicht:
v. (-en), kleine zeis.
zicht:
o. vertoon ; op zicht.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

zicht (zn):
blikveld, gezichtsveld, landschap, uitzicht, vooruitzicht
zicht (zn):
doorzicht, inzicht, kijk, prudentie, visie
zicht (zn):
aanblik, gezicht, gezichtsvermogen
zicht (zn):
sikkel, zeis
zicht (zn):
vertoon

als synoniem van een ander trefwoord:

inzicht (zn) :
begrip, benul, beschouwing, besef, blik, denkwijs, doorzicht, erkentenis, hersens, kijk, mening, notie, onderscheid, opvatting, overtuiging, prudentie, verstand, visie, zicht, zin
gezicht (zn) :
blikveld, gezichtsveld, gezichtsvermogen, uitzicht, veduta, zicht, zien
oordeel (zn) :
doorzicht, inzien, kijk, onderscheid, prudentie, verstand, zicht
uitzicht (zn) :
aanblik, aanzicht, aanzien, gezicht, zicht
zien (zn) :
gezicht, gezichtsvermogen, zicht
kijk (zn) :
uitzicht, vooruitzicht, zicht
vertoon (zn) :
toon, vertoning, zicht
visie (zn) :
zicht

woordverbanden van ‘zicht’ grafisch weergegeven

zie ook:
vol in het zicht

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
ANW - WNT (i) (ii) (iii) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0032 c