dank zeggen

als trefwoord met bijbehorende synoniemen: niet gevonden.

als synoniem van een ander trefwoord: niet gevonden.

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
bedanken, danken, dank zeggen, dank weten

Bedanken — danken — dank zeggen — dank weten. Iemand erkentelijkheid betuigen voor bewezen weldaden of diensten, of voor zijne goede bedoelingen. Danken duidt alleen aan, dat men erkentelijkheid voelt, terwijl het in het midden laat, of het al dan niet wordt geuit. Wat hebben wij onzen ouders niet te danken! Met bedanken is het bijdenkbeeld verbonden, dat men dit gevoel door uiterlijke toekenen kenbaar maakt. „Bij het einde van het feestmaal ledigde de genoodigde zijn glas om zijn gastheer te bedanken." Dank zeggen bepaalt dat denkbeeld nog nader door de uitdrukkelijke vermelding, dat het met woorden geschiedt. Dank weten beteekent iemand, dien men als den bewerker van iets beschouwt, dank betuigen, of hem iets te danken hebben. In 't laatste geval behoeft de dank niet uitdrukkelijk betuigd te worden. Men moet het hem dank weten, dat de zaak nog terecht is gekomen. Men zegt ook slechten dank weten, wanneer men door iemand benadeeld is, wien men een dienst heeft bewezen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
bedanken, dank zeggen, dank weten, danken

BEDANKEN, DANK ZEGGEN, DANK WETEN, DANKEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 1, bladzijde 214.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
dank, zeggen

bij andere sites:

synoniemen-sites:
woordenboeken:
oorsprong:
zinsverband:
vertalen:
naar het
overige:

debug info: 0.0023 c