Vertaling van 'zanken' uit het Duits naar het Nederlands

zanken (ww):
schimpen(de) —., vechten(de) —., bekvechten(en) to argue strongly, contend, squabble., harrewarren(en) participate in a minor fight or argument., kibbelen(en) participate in a minor fight or argument., redetwisten(en) to argue strongly, contend, squabble., ruziemaken(en) to argue strongly, contend, squabble., ruzien(en) to quarrel., ruzieën(en) to argue strongly, contend, squabble., twisten(en) to argue strongly, contend, squabble.

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken