Vertaling van 'uittrekken' uit het Nederlands naar het Duits

uittrekken (ww):
ausziehen(nl) —.
(en) to remove.
(pl) —.
, bereitstellen(nl) —., entkleiden(nl) —., herausziehen(nl) —., losziehen(nl) —., verlassen(nl) —., weggehen(nl) —., wegziehen(nl) —., ablegen(en) to remove., abnehmen(en) to remove., abziehen(en) to remove., loslösen(en) to remove., verlängern(fr) Rendre plus long, plus étendu.

uittrekken (zn):
Ziehen(pt) (o ato ou efeito de extrair).

cached Via: Dbnary en WikiWoordenboeken