dartel

als woordenboektrefwoord:

dartel:
bn. bw. (-er, -st), geneigd tot spelen.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

dartel (bn):
beweeglijk, jolig, kalverachtig, lascief, levendig, speels, stoeierig, stoeis, uitgelaten, vrolijk, wulps
dartel (bn):
loszinnig

als synoniem van een ander trefwoord:

vrolijk (bn) :
blij, blijhartig, blijmoedig, dartel, feestelijk, geanimeerd, hups, jolig, joviaal, levendig, levenslustig, lustig, monter, opgeruimd, opgewekt, optimistisch, speels, uitbundig, uitgelaten, verheugd, vreugdevol, welgemoed
uitgelaten (bn) :
baldadig, dartel, dol, enthousiast, jolig, luidruchtig, onstuimig, opgetogen, opgewonden, petulant, uitbundig, vrolijk
speels (bn) :
beweeglijk, dartel, fantasierijk, guitig, kalverachtig, licht, luchtig, ludiek, stoeierig, vrolijk
ondeugend (bn) :
dartel, guitig, malicieus, olijk, plaagziek, schalks, schelms, snaaks, spottend
jolig (bn) :
dartel, grappig, leutig, opgewekt, uitbundig, uitgelaten, vrolijk
lustig (bn) :
blij, dartel, fideel, joviaal, levendig, opgewekt, vrolijk
libertijns (bn) :
dartel, ongebonden, vrij, wulps
beweeglijk (bn) :
dartel, speels

woordverbanden van ‘dartel’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dartel, weelderig, wulps

Dartel — weelderig — wulpsch. In vergelijking met weelderig en wulpsch duidt dartel de neiging aan eener krachtige natuur om hare lusten bot te vieren. Terwijl eene dartele natuur tot genotzucht leidt, noemt men overdreven genotzucht, die zich in eene gemakkelijke, kostbare levenswijze openbaart, weelderigheid. Wulpschheid ziet op eene buitensporige, onbeteugelde zucht naar mingenot; het wordt altijd in een kwaden zin gebruikt, wat met dartelheid on weelderigheid niet het geval is, ofschoon dartel en weelderig in de ongunstige opvatting niet veel van wulpsch verschillen.

Sij wil geene vuyle dingen.
Sij wil geen dartel jock
, geen slimme rancken singen.
Haar mond is wonder heus.

in hedendaagse spelling:
dartel, brooddronken, baldadig, speels, speelziek, uitgelaten

Dartel — brooddronken — baldadig — speelsch — speelziek — uitgelaten. Dartel is, die met eene gezonde natuur begiftigd zijne vroohjkheid lucht in jolige, krachtige bewegingen, die de blijken dragen van levenslust. Onschuldige dartelheid bij kleine kinderen is speelschheid; groote kinderen, die door dartelheid hun werk verwaarloozen, noemt men speelziek. Verregaande dartelheid bij jongelieden ontaardt in uitgelatenheid, brooddronkenheid en baldadigheid; de beide eerste en zachtere uitdrukkingen wijzen alleen het verlies van zelfbeheersching aan, het laatste en sterkere eene bepaalde zucht tot kwaaddoen.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922)*:

in hedendaagse spelling:
dartel, speels, speelziek, uitgelaten

150. Dartel — speelsch — speelziek — uitgelaten.

Tot vroolijkheid geneigd.

Openbaart zich deze neiging als gevolg van levenslust in vlugge bewegingen of in scherts en luim, dan spreekt men van dartel. Die jongen is zoo dartel, dat hij mij bij mijn werk hindert. Uit zich de dartelheid bij jonge kinderen vooral in den lust om te spelen in plaats van te leeren, spreekt men van speelsch. Dit ventje is nog te speelsch om lang achter elkander te zitten leeren. Wordt deze speelschheid bij grootere kinderen aangetroffen, zoodat zij hun werk veronachtzamen, dan noemt men hen speelziek. Als die jongen zoo speelziek blijft, zal hij niet kunnen overgaan. (Speelziek heeft dus een ongunstige beteekenis, wat bij speelsch niet het geval is.) Wordt de dartelheid bij ouderen door een of andere blijdschap sterk overdreven, dan spreekt men van uitgelaten. (Het beeld is ontleend aan het jonge vee, dat men uit de stal laat en dat zijn vroolijkheid door dartel springen aan den dag legt.) De studenten waren zoo uitgelaten, dat men ze al van verre kon hooren. Dartel te zijn ligt in iemands karakter, terwijl uitgelaten meer op een enkel geval ziet.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
dartel, brooddronken, baldadig

DARTEL, BROODDRONKEN, BALDADIG

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 19.

in hedendaagse spelling:
dartel, speels, speelziek

DARTEL, SPEELSCH, SPEELZIEK

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 17.

in hedendaagse spelling:
dartel, weelderig, wulps

DARTEL, WEELDERIG, WULPSCH

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 18.

in hedendaagse spelling:
uitgelaten, dartel

UITGELATEN, DARTEL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 3, bladzijde 202.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek
woordenboeken:
WNT - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0043 c