maar

als woordenboektrefwoord:

maar:
vgw. van tegenstelling of beperking; bw. niet meer dan, slechts; altijd door; o. (maren), bezwaar, tegenwerping.

als trefwoord met bijbehorende synoniemen:

maar (bw):
almaar, steeds, voortdurend
maar (bw):
enkel, pas, slechts
maar (bw):
toch
maar (zn):
bericht, mare, nieuws, nieuwstijding, nieuwtje, tijding
maar (zn):
bedenking, bezwaar, tegenwerping
maar (vw):
doch, echter, edoch, evenwel

als synoniem van een ander trefwoord:

evenwel (bw) :
desalniettemin, desniettegenstaande, echter, maar, niettemin, nochtans, toch
echter (bw) :
daarentegen, doch, evenwel, intussen, maar, niettemin, nochtans, toch
slechts (bw) :
alleen, enkel, louter, maar, niet meer dan
pas (bw) :
eerst, maar, nog maar, slechts
bericht (zn) :
aankondiging, aanzegging, afkondiging, annonce, bekendmaking, boodschap, kennisgeving, maar, mare, mededeling, melding, nieuws, nieuwstijding, nieuwtje, tijding
mits (zn) :
beding, bepaling, conditie, maar, modaliteit, proviso, randvoorwaarde, stipulatie, term, voorbeding, voorbehoud, voorwaarde
nieuws (zn) :
aankondiging, actualiteit, bekendmaking, bericht, maar, mare, nieuwstijding, tijding, wereldnieuws
doch (vw) :
echter, edoch, maar
alleen (ww) :
maar

woordverbanden van ‘maar’ grafisch weergegeven

in het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908)*:

in hedendaagse spelling:
dan, desniettegenstaande, doch, edoch, echter, evenwel, integendeel, maar, met dat al, niettemin, nochtans, ondertussen, toch

Dan — desniettegenstaande — doch — edoch — echter — evenwel — integendeel — maar — met dat al — niettemin — nochtans — ondertusschen — toch. Integendeel en soms ook maar zijn zuiver tegenstellende voegwoorden. Mijn oom las niet welsprekend, niet mooi, zelfs niet goed op sommige plaatsen, maar het was stichtelijk. Ik geloof niet, dat iemand ooit een geestige, gedachte heeft gehad in een trekschuit; integendeel de roef is de ware atmosfeer van alle mogelijke vooroordeelen. Doch, edoch, dat bijna, en dan, dat thans geheel verouderd is, zijn evenals meestal maar, tegenstellende voegwoorden, die eene bewering inleiden, welke òf geheel in strijd is met de mededeeling van den vorigen volzin, òf anders is, dan men zou verwachten, òf iets terugneemt van 't geen in den vorigen zin gezegd is. Maar is gemeenzamer en meer gebruikelijk dan het eenigszins deftige doch. Prijs, zonder vleierij; berisp, maar zonder smalen. Hij was kostbaar, doch zonder smaak gekleed. Echter en evenwel dienen om te verhinderen, dat men uit den vorigen zin eene verkeerde gevolgtrekking zou maken. Men meene echter (evenwel) niet, dat deze regel altijd opgaat. De overige woorden doen dit nog sterker; zij leiden eene gedachte in die tegenovergesteld is aan die, welke men logisch zou verwachten. Met dat al en ondertusschen, die vooral in de spreektaal in gebruik zijn, zijn het zwakst. Toch is het sterkst. Nochtans wordt weinig meer gebruikt. Hij ging ondertusschen maar stil zijn gang. Hij heeft met dat al een gemakkelijk leventje! Hoe wij hem ook trachtten te bepraten, toch bleef hij op zijn stuk staan. Nochtans was God hem genadig.

* De spelling in deze bron kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

in overige bronnen*:

in hedendaagse spelling:
doch, dan, desniettemin, desniettegenstaande, echter, evenwel, maar, nochtans, ondertussen

DOCH, DAN, DESNIETTEMIN, DESNIETTEGENSTAANDE, ECHTER, EVENWEL, MAAR, NOGTANS, ONDERTUSSCHEN

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 72.

in hedendaagse spelling:
maar, mare, gerucht, bericht, naricht, tijding, kondschap, bescheid, kennisgeving, bekendmaking, verslag, verhaal

MAAR, MARE, GERUCHT, BERIGT, NARIGT, TIJDING, KONDSCHAP, BESCHEID, KENNISGEVING, BEKENDMAKING, VERSLAG, VERHAAL

bron: Weiland & Landré - Woordenboek der Nederduitsche synonimen (1821), band 2, bladzijde 381.

in hedendaagse spelling:
maar, doch, toch, noch, nog, nochtans, echter, evenwel, desniettegenstaande, des onverminderd, desniettemin, onderdies, onderwijl, intussen, inmiddels, hoe het zij

MAAR, DOCH, TOCH, NOCH, NOG, NOGTANS, ECHTER, EVENWEL, DES NIET TEGENSTAANDE, DES ONVERMINDERD, DES NIET TE MIN, ONDER DES, ONDERWIJL, INTUSSCHEN, INMIDDELS, HOE HET ZIJ

bron: Gerbrand Bruining - Nederduitsche synonymen (1836), band 2, bladzijde 135.

* De spelling in deze bronnen kan afwijken van de tegenwoordig geldende.

zie ook:
alleen maar, maar al te, maar net, nee maar, nog maar, zo maar

bij andere sites:

synoniemen-sites:
Alexandria - Interglot - ONW - MijnWoordenboek - verwante woorden
woordenboeken:
WNT (i) (ii) (iii) (iv) - Van Dale Hedendaags Nederlands - WikiWoordenboek - puzzelwoordenboek
oorsprong:
etymologiebank
zinsverband:
context
vertalen:
naar het
overige:
Citaten - rijmwoorden - Wikipedia - Google

debug info: 0.0077 c